Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0004

Gegrond Onontvankelijk KC - Turnhout Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLEDIJ - WANDELING - GEZONDHEID - VOORWERPEN

De advocaat voert aan dat klager verstoken blijft van adequate lichaamsbeweging. Op het moment van indiening van de klacht werd klager echter niet (langer) beperkt in zijn deelname aan de dagelijkse gemeenschappelijke wandeling of de activiteiten van het zorgteam. De bijzondere veiligheidsmaatregel (cfr. KC3223-0227) was op het moment van indiening van de klacht, in tegenstelling tot wat de advocaat doet uitschijnen, niet meer van toepassing. Klager maakt het niet aannemelijk dat hij ten gevolge van een (andere) beslissing door of namens de directeur dan wel ten gevolge van een verzuim verstoken zou blijven van adequate lichaamsbeweging. Volgens de klachtencommissie is er geen beslissing of verzuim in de zin van artikel 148 Basiswet voorhanden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over het gebrek aan toereikende medische en psychiatrische aandacht (zonder dit te concretiseren). Medische beslissingen zijn de exclusieve bevoegdheid van de arts. De directie komt niet tussen in medische aangelegenheden. In het voorliggend dossier werd er volgens de klachtencommissie dan ook géén beslissing genomen door de directeur, noch had dit het geval moeten zijn. Volgens de klachtencommissie is er geen beslissing of verzuim in de zin van artikel 148 Basiswet voorhanden. De klacht is niet-ontvankelijk.

De advocaat voert aan dat klager verstoken blijft van aangepaste kledij. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier geen aanwijzing dat bepaalde kledijstukken aan klager ontzegd worden. Klager maakt het niet aannemelijk dat hij bepaalde kledingstukken niet in zijn bezit zou mogen hebben (en dat hij aldus kou zou lijden ten gevolge van een gebrek aan kledij). Het enige punt van kledij dat problemen oplevert, is de jas van klager. Deze voldoet niet aan de voorwaarden van het huishoudelijk reglement, nu controle door de MDP erdoor bemoeilijkt wordt. Volgens de klachtencommissie is er geen beslissing of verzuim in de zin van artikel 148 Basiswet voorhanden. De klacht is niet-ontvankelijk.

Klager beklaagt zich over de ontzegging van bepaalde voorwerpen, met name een aansteker (blijkens het verweer: enkel gedurende de nacht). In het voorliggend dossier is er géén sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel of een tuchtsanctie. Er is bijgevolg sprake van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. Uit de aanvullende informatie blijkt dat de directie klager ’s nachts bewust niet in het bezit stelt van zijn aansteker. Deze ontzegging gebeurt zonder dat de directie ten aanzien van klager hiertoe een geldige beslissing nam, conform de Basiswet. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van het verzuim ongedaan te maken dient de directie klager opnieuw in het bezit te stellen van zijn aansteker.