KC32/24-0164
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Geen beslissing directeur
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TELEFONIE
Klager beklaagt zich over een BVM. Het gaat om de verlenging van een reeds eerder opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregel (KC32/24-0157). Een bijzondere veiligheidsmaatregel kan verlengd worden mits een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord (artikel 112, §2 Basiswet). Hieraan werd voldaan. De directie motiveert zeer omstandig waarom er volgens haar sprake is van ernstige aanwijzingen van zowel een gevaar voor de orde als de veiligheid, verwijzend naar de aanhoudende psychisch wisselende toestand van klager. Klager is gefixeerd op bepaalde zaken, geagiteerd, achterdochtig en dreigend in zijn houding naar het personeel toe. De klachtencommissie acht de inschatting dat de toestand van klager een ernstige aanwijzing uitmaakt van een gevaar voor het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis en de fysieke integriteit van personen correct en afdoende gemotiveerd. De drie maatregelen (ontnemen van voorwerpen, uitsluiting van activiteiten en onderbrenging in een veiligheidscel) worden alle drie afzonderlijk, doch op dezelfde wijze gemotiveerd. Hoewel summier, wordt hiermee op afdoende wijze de noodzaak van elke opgelegde veiligheidsmaatregel toegelicht. De motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat zijn belkrediet ‘plots’ ontoereikend was, waardoor hij zijn advocaat niet kon bellen. Hij zegt hier recht op te hebben. Op 20 juli 2024 zou het saldo wel nog toereikend zijn geweest. De klachtencommissie vindt het vreemd dat klager spreekt van een toereikend saldo op 20 juli 2024, nu klager hiermee gegevens aanhaalt die dateren van na de datum van indiening van de klacht (19 juli 2024). De klachtencommissie vindt de klacht dan ook erg onduidelijk op dit punt. De klachtencommissie meent in elk geval niet dat het ontoereikend belkrediet in verbinding gebracht kan worden met een beslissing van de directeur. Klager maakt evenmin aannemelijk dat zijn situatie afbreuk doet aan een individueel recht dat hij aan hogere rechtsnormen ontleent waardoor zijn klacht toch ontvankelijk zou kunnen zijn (BC/22-0223). Hoewel het inderdaad zo is dat klager het recht heeft om dagelijks zijn advocaat te bellen, dient dit volgens de Basiswet op eigen kosten te gebeuren (artikel 68 §1 Basiswet). De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een BVM. Het gaat om de verlenging van een reeds eerder opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregel (KC32/24-0157). Een bijzondere veiligheidsmaatregel kan verlengd worden mits een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord (artikel 112, §2 Basiswet). Hieraan werd voldaan. De directie motiveert zeer omstandig waarom er volgens haar sprake is van ernstige aanwijzingen van zowel een gevaar voor de orde als de veiligheid, verwijzend naar de aanhoudende psychisch wisselende toestand van klager. Klager is gefixeerd op bepaalde zaken, geagiteerd, achterdochtig en dreigend in zijn houding naar het personeel toe. De klachtencommissie acht de inschatting dat de toestand van klager een ernstige aanwijzing uitmaakt van een gevaar voor het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis en de fysieke integriteit van personen correct en afdoende gemotiveerd. De drie maatregelen (ontnemen van voorwerpen, uitsluiting van activiteiten en onderbrenging in een veiligheidscel) worden alle drie afzonderlijk, doch op dezelfde wijze gemotiveerd. Hoewel summier, wordt hiermee op afdoende wijze de noodzaak van elke opgelegde veiligheidsmaatregel toegelicht. De motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat zijn belkrediet ‘plots’ ontoereikend was, waardoor hij zijn advocaat niet kon bellen. Hij zegt hier recht op te hebben. Op 20 juli 2024 zou het saldo wel nog toereikend zijn geweest. De klachtencommissie vindt het vreemd dat klager spreekt van een toereikend saldo op 20 juli 2024, nu klager hiermee gegevens aanhaalt die dateren van na de datum van indiening van de klacht (19 juli 2024). De klachtencommissie vindt de klacht dan ook erg onduidelijk op dit punt. De klachtencommissie meent in elk geval niet dat het ontoereikend belkrediet in verbinding gebracht kan worden met een beslissing van de directeur. Klager maakt evenmin aannemelijk dat zijn situatie afbreuk doet aan een individueel recht dat hij aan hogere rechtsnormen ontleent waardoor zijn klacht toch ontvankelijk zou kunnen zijn (BC/22-0223). Hoewel het inderdaad zo is dat klager het recht heeft om dagelijks zijn advocaat te bellen, dient dit volgens de Basiswet op eigen kosten te gebeuren (artikel 68 §1 Basiswet). De klacht is niet-ontvankelijk.