Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0190

Ongegrond Gegrond Tegemoetkoming KC - Turnhout Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Ordemaatregel Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING

Klager werd onderworpen aan een fouillering op het lichaam. Volgens de klachtencommissie was er sprake van individuele aanwijzingen dat klager in het bezit kon zijn van verboden substanties. De directie ging de grenzen van de redelijkheid niet te buiten bij het trekken van deze conclusie. De directie motiveerde daarnaast eveneens waarom het onderzoek aan de kledij niet volstond. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet en is bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.

Klager kreeg als voorlopige maatregel een verplicht verblijf in de hem toegewezen verblijfsruimte (artikel 112, §1, 4° Basiswet) opgelegd op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie is van oordeel dat verboden substanties inderdaad een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid vormen. Bovendien blijkt uit de motivering ook duidelijk waarom het aangewezen was om klager verplicht in de hem toegewezen verblijfsruimte te laten verblijven. De motivering werd in duidelijke bewoordingen opgesteld. De voorlopige maatregel voldoet aan de vereisten van artikel 145, §1 j° artikel 8 Basiswet. Aangezien de directie op het ogenblik van het opleggen van de voorlopige maatregel nog niet met zekerheid kon zeggen aan wie de verboden substantie toebehoorde en dit pas duidelijk werd ter gelegenheid van de navolgende tuchtprocedure, acht de klachtencommissie de beslissing bovendien redelijk. De klacht is ongegrond.

Klager kreeg een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD evenals de verklaringen van klager ter tuchtzitting. Klager erkende dat zowel de verboden substantie als de flessen met zelfgemaakte drank (alcohol) aan hem toebehoren. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet) en het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificaties correct en afdoende gemotiveerd. De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar de heldere en bewuste reactie van klager wanneer hij geconfronteerd wordt met de vondsten tijdens de celcontrole, zoals volgens haar uit het RAD blijkt. De klachtencommissie stelt vast dat de directie zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. Hetgeen de directie aanhaalt, vindt echter onvoldoende ondersteuning in het RAD. Het RAD beschrijft immers hoofdzakelijk de vondsten tijdens de celcontrole en beschrijft vervolgens de reactie van beide celgenoten op een zeer zakelijke en summiere wijze. Er kan op basis van het RAD (of enig ander schriftelijk stuk) dan ook niet besloten worden dat de reactie van klager “helder en bewust” was. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming 60 minuten belkrediet.

Klager werd bij ordemaatregel tot afzetting van werk ontslagen uit zijn functie bij de fitness. De directie motiveerde waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten door te verwijzen naar het gegeven dat hij niet langer het vereiste vertrouwen geniet ten gevolge van het bezit van een verboden substantie. Volgens de klachtencommissie werd het ontslag van klager afdoende gemotiveerd. De motivering stelt klager in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen. De klachtencommissie acht het ontslag wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.