Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0192

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD en de erkenning van klager ter tuchtzitting dat hij de medicatie bijhield (ook al wist hij naar eigen zeggen niet dat dit niet toegelaten was). De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (opsparen van medicatie) bewezen achtte en aan klager toerekende. De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). Er is inderdaad sprake van de inbreuk van het niet-naleven van het huishoudelijk reglement, wanneer de gedetineerde meer medicatie op cel heeft dan hij op die bepaalde dag moet innemen. Uit zijn klacht blijkt dat klager wist dat de eerste pillen enkel en alleen aan hem werden toebedeeld als ‘voorschot’ voor het geval hij om praktische redenen niet meteen correct in het bezit zou worden gesteld van de nodige medicatie. Volgens de klachtencommissie wist hij dan ook dat het niet de bedoeling was dat hij deze pillen zonder meer en voor onbepaalde duur zou mogen bijhouden. Dat hij de pillen in een transparant potje in het zicht plaatste, doet hieraan geen afbreuk. Klager had deze pillen moeten inleveren. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager kreeg een berisping opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.