Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0210

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING - BIJSTAND ADVOCAAT

Bij de verlenging van de BVM herneemt de directie al de elementen die aanleiding gaven tot de oorspronkelijke BVM en voegt hieraan toe dat de fixatie van betrokkene op de dossierbeheerders van de PSD nog niet verminderd is. Hij geeft nog zo goed als dagelijks opmerkingen, waarbij hij aangeeft dat ze niet in zijn buurt moeten komen. De klachtencommissie stelt vast dat de directie concrete nieuwe elementen (van de afgelopen 7 dagen, tijdens de initiële BVM) aanhaalde waaruit blijkt dat een verlenging van de BVM aangewezen is. De motivering van de verlenging van de BVM voldoet dan ook aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet.

In het voorliggend dossier worden de drie maatregelen (ontnemen van voorwerpen, uitsluiting van activiteiten en onderbrenging in een veiligheidscel) alle drie afzonderlijk, doch op dezelfde wijze gemotiveerd. Hoewel summier, wordt hiermee volgens de klachtencommissie op afdoende wijze de noodzaak van elke opgelegde veiligheidsmaatregel toegelicht. Dat de motivering identiek is aan de oorspronkelijke BVM is volgens de klachtencommissie in het voorliggend dossier niet problematisch, nu ook de houding van klager niet gewijzigd is en de motivering dus nog steeds de lading dekt. De motivering van de (verlenging van de) bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klachtencommissie acht de bijzondere veiligheidsmaatregel wettelijk en redelijk.

De klachtencommissie herhaalt (cfr. KC32/24-0209) dat de bijstand van de advocaat in geval van internering enkel verplicht is in het kader van een tuchtprocedure, klachtenprocedure of beroepsprocedure tegen de uitspraak van de klachtencommissie (artikel 167, §4 Basiswet). In andere gevallen, zoals bij het horen in het kader van een BVM, is dit niet verplicht.

De klacht is ongegrond.