Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0002

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - DUUR - MOTIVERING

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Turnhout. De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de RAD’s duidelijk werden opgesteld. Bovendien waren er bij het eerste RAD twee getuigen van de feiten en bij het tweede en derde RAD telkens één. De klachtencommissie treedt de directie bij in haar standpunt dat het ongeloofwaardig is dat de gevonden verboden voorwerpen aan zijn celgenoot zouden toebehoren. Op basis van al hetgeen er in klagers cel werd gevonden, besluit de klachtencommissie dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van negen dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. Daarnaast bepaalt CB nr. 124 dat indien een gedetineerde de sancties van strafcel en afzondering in de verblijfsruimte, opgelegd ten gevolge van meerdere van elkaar onderscheiden tuchtprocedures, achtereenvolgens ondergaat, de totale duur van deze sancties niet langer dan 30 dagen kan bedragen, tenzij een gedetineerde een zware aanslag op de fysieke integriteit van personen pleegt (hetgeen hier het geval was). In dat laatste geval kan de sanctie verlengd kan worden tot de maximale duur van 45 dagen. De klachtencommissie stelt, op basis van de historiek van zijn tuchtsancties, vast dat klager op 20/12/2024 14 dagen ATV opgelegd kreeg. Dit in combinatie met de 9 dagen strafcel en nu in dit dossier opgelegde 9 dagen ATV, overschrijdt dit aantal niet. Echter kon er door het niet bezorgen van het tijdstip van het ingaan van de tuchtbeslissing op 11/01/2025 niet worden nagegaan of er effectief 24 uur tussen de tuchtsancties van klager werd gelaten. Gelet op het ingrijpende karakter van deze soorten tuchtsancties, namelijk de afzondering op de eigen cel én in de strafcel, was het de bedoeling van de wetgever om een tijdsruimte van minstens 24 uren tussen de verschillende sancties te laten. Klagers opsluiting in de strafcel nam einde om 10/01/2025 om 13u20, hetgeen impliceert dat de opsluiting in zijn verblijfsruimte ten vroegste aanvang mocht nemen op 11/01/2025 om 13u20. Aangezien klager net de zwaarst mogelijke sanctie onderging, namelijk 9 dagen opsluiting in de strafcel, hecht de klachtencommissie er des te meer belang aan dat er zeker 24 uren tussen beide sancties werd gelaten. Nergens uit de stukken blijkt dat deze termijn werd gerespecteerd. Bij gebreke aan de relevante informatie uit de dossierstukken kan de klachtencommissie dit niet nagaan en bijgevolg geen controle uitoefenen op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing. De klacht is bijgevolg kennelijk gegrond.