KC32/25-0045
Ongegrond
Gegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
(1) TUCHT – GEÏNTERNEERDE – TOEREKENBAARHEID – (2) MEDIA – SCHADE
De klacht betreft enerzijds tegen een tuchtbeslissing waarbij klager het oneens is met de beslissing omdat het aspect ‘toerekenbaarheid’ op het moment van de feiten niet aangetoond wordt. Anderzijds betreft zijn klacht tegen de betaling van een schadevergoeding voor twee televisies.
(1) Wat betreft de tuchtbeslissing
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager, bijgestaan door een advocaat, verklaard dat zijn televisie van zijn tafel is gevallen. Hij heeft daar niets mee te maken. Klager heeft de tv niet aangeraakt. Hij legt vervolgens uit dat de personeelsleden van de zorg hem ongewenst hebben aangeraakt. De raadsman van klager legt uit dat zijn cliënt beseft dat hij fout was. Klager is geïnterneerd. Hij heeft veel frustraties en uit ze niet steeds op een gepaste manier. Straffen is niet de geschikte oplossing. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 15 dagen ATV.
- Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten
In het voorliggend dossier heeft de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
- Met betrekking tot de kwalificatie
Uit het RAD blijkt dat klager op een agressieve en bedreigende taal tegen de zorgdienst tekeerging. Hij zou bovendien het volgende hebben verklaard: “ik zal op tv komen met wat ik ga doen hier in Turnhout, ik heb niets te verliezen”. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Volgens de klachtencommissie gaat deze redenering van de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
- Met betrekking tot de toerekenbaarheid
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, wijzend op het feit dat klager een samenhangend verhaal over de feiten en de beweegredenen van deze bracht tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Zijn verweer tijdens de tuchtprocedure is volgens haar helder en coherent. De directie meent ook dat zijn dagelijks gedrag aantoont dat hij zich van zijn daden bewust is.
Er worden echter geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk.
Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.
Aangezien dit echter niet als zodanig terugkwam in de RAD’s en dus ook niet in de motivering van de tuchtbeslissing, voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten niet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet. De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen.
(2) Wat betreft de betaling van de schadevergoeding voor een televisie
In het dossier KC32/25-0003 wordt de terugbetaling van de schadevergoeding van de eerste televisie reeds beoordeeld. De klachtencommissie zal dit aspect van de klacht van klager derhalve niet meer bespreken in casu.
Klager beklaagt zich over de terugbetaling van de schade aan een tweede televisie.
De directie nam de beslissing naar aanleiding van een RAD dat werd opgesteld. Hieruit blijkt dat klager laat weten dat zijn tv stuk is en hij deze niet wenst te vergoeden.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur om klager de schade te laten vergoeden, niet onwettig of onredelijk is. De klacht is ongegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.
De klacht betreft enerzijds tegen een tuchtbeslissing waarbij klager het oneens is met de beslissing omdat het aspect ‘toerekenbaarheid’ op het moment van de feiten niet aangetoond wordt. Anderzijds betreft zijn klacht tegen de betaling van een schadevergoeding voor twee televisies.
(1) Wat betreft de tuchtbeslissing
Op de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager, bijgestaan door een advocaat, verklaard dat zijn televisie van zijn tafel is gevallen. Hij heeft daar niets mee te maken. Klager heeft de tv niet aangeraakt. Hij legt vervolgens uit dat de personeelsleden van de zorg hem ongewenst hebben aangeraakt. De raadsman van klager legt uit dat zijn cliënt beseft dat hij fout was. Klager is geïnterneerd. Hij heeft veel frustraties en uit ze niet steeds op een gepaste manier. Straffen is niet de geschikte oplossing. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 15 dagen ATV.
- Met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten
In het voorliggend dossier heeft de directie zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
- Met betrekking tot de kwalificatie
Uit het RAD blijkt dat klager op een agressieve en bedreigende taal tegen de zorgdienst tekeerging. Hij zou bovendien het volgende hebben verklaard: “ik zal op tv komen met wat ik ga doen hier in Turnhout, ik heb niets te verliezen”. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Volgens de klachtencommissie gaat deze redenering van de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
- Met betrekking tot de toerekenbaarheid
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, wijzend op het feit dat klager een samenhangend verhaal over de feiten en de beweegredenen van deze bracht tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Zijn verweer tijdens de tuchtprocedure is volgens haar helder en coherent. De directie meent ook dat zijn dagelijks gedrag aantoont dat hij zich van zijn daden bewust is.
Er worden echter geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk.
Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.
Aangezien dit echter niet als zodanig terugkwam in de RAD’s en dus ook niet in de motivering van de tuchtbeslissing, voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten niet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet. De klacht is om deze redenen gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen.
(2) Wat betreft de betaling van de schadevergoeding voor een televisie
In het dossier KC32/25-0003 wordt de terugbetaling van de schadevergoeding van de eerste televisie reeds beoordeeld. De klachtencommissie zal dit aspect van de klacht van klager derhalve niet meer bespreken in casu.
Klager beklaagt zich over de terugbetaling van de schade aan een tweede televisie.
De directie nam de beslissing naar aanleiding van een RAD dat werd opgesteld. Hieruit blijkt dat klager laat weten dat zijn tv stuk is en hij deze niet wenst te vergoeden.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur om klager de schade te laten vergoeden, niet onwettig of onredelijk is. De klacht is ongegrond. De beslissing waarop de klacht betrekking heeft, blijft bestaan.