KC32/25-0068
Ongegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ZORGPLICHT - WANDELING
De klacht betreft het niet beantwoorden van berichten van klager door de directie in de gevangenis van Turnhout.
Artikel 79, §1 van de Basiswet geeft gedetineerden het recht op minstens één dagelijkse wandeling in de buitenlucht. Klager meent dat hij niet kan wandelen omdat hij op de wandeling door een medegedetineerde bedreigd wordt. Volgens artikel 5, §2 van de Basiswet wordt er bij de uitvoering van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zorg voor gedragen dat de orde en de veiligheid worden gevrijwaard.
Het is inderdaad het inrichtingshoofd van de gevangenis die de eindverantwoordelijkheid draagt voor het waarborgen van de veiligheid, niet alleen van haar personeel, maar ook van de gedetineerden.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kent een vaste rechtspraak m.b.t. geweld tussen gedetineerden. De overheid is gehouden redelijke maatregelen te treffen indien zich een reëel en onmiddellijk risico stelt voor de fysieke integriteit van een gedetineerde, gesteld dat de autoriteiten van dit risico op de hoogte waren of hadden moeten zijn. De gedetineerde heeft dus inderdaad het recht op een uur wandeling in omstandigheden waarin zijn veiligheid zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. De klachtencommissie meent dat er in het voorliggend dossier geen sprake was van een verzuim om een beslissing te nemen van de directie.
Zij komt tot deze conclusie op basis van de volgende elementen:
- Zowel klager als de medegedetineerde zijn geïnterneerd en hebben elk hun eigen problematiek.
- De klachtencommissie merkt op dat er geen sprake was van concrete geweldsfeiten van de medegedetineerde jegens klager, waarmee de directie rekening had moeten houden.
- Op het moment dat iedereen zich bewust was van de moeizame dynamiek, werden er in elk geval concrete inspanningen geleverd. De klachtencommissie stelt vast dat er individuele gesprekken plaatsvonden.
Er was volgens de klachtencommissie geen sprake van een verzuim om een beslissing te nemen. De klachtencommissie meent dat de directie voldoende tegemoet komt aan haar zorgplicht uit artikel 140, §2, 1° van de Basiswet. De klachtencommissie acht de conclusie die de directie in het voorliggend dossier getrokken heeft, redelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klacht betreft het niet beantwoorden van berichten van klager door de directie in de gevangenis van Turnhout.
Artikel 79, §1 van de Basiswet geeft gedetineerden het recht op minstens één dagelijkse wandeling in de buitenlucht. Klager meent dat hij niet kan wandelen omdat hij op de wandeling door een medegedetineerde bedreigd wordt. Volgens artikel 5, §2 van de Basiswet wordt er bij de uitvoering van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zorg voor gedragen dat de orde en de veiligheid worden gevrijwaard.
Het is inderdaad het inrichtingshoofd van de gevangenis die de eindverantwoordelijkheid draagt voor het waarborgen van de veiligheid, niet alleen van haar personeel, maar ook van de gedetineerden.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kent een vaste rechtspraak m.b.t. geweld tussen gedetineerden. De overheid is gehouden redelijke maatregelen te treffen indien zich een reëel en onmiddellijk risico stelt voor de fysieke integriteit van een gedetineerde, gesteld dat de autoriteiten van dit risico op de hoogte waren of hadden moeten zijn. De gedetineerde heeft dus inderdaad het recht op een uur wandeling in omstandigheden waarin zijn veiligheid zo veel mogelijk wordt gewaarborgd. De klachtencommissie meent dat er in het voorliggend dossier geen sprake was van een verzuim om een beslissing te nemen van de directie.
Zij komt tot deze conclusie op basis van de volgende elementen:
- Zowel klager als de medegedetineerde zijn geïnterneerd en hebben elk hun eigen problematiek.
- De klachtencommissie merkt op dat er geen sprake was van concrete geweldsfeiten van de medegedetineerde jegens klager, waarmee de directie rekening had moeten houden.
- Op het moment dat iedereen zich bewust was van de moeizame dynamiek, werden er in elk geval concrete inspanningen geleverd. De klachtencommissie stelt vast dat er individuele gesprekken plaatsvonden.
Er was volgens de klachtencommissie geen sprake van een verzuim om een beslissing te nemen. De klachtencommissie meent dat de directie voldoende tegemoet komt aan haar zorgplicht uit artikel 140, §2, 1° van de Basiswet. De klachtencommissie acht de conclusie die de directie in het voorliggend dossier getrokken heeft, redelijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.