Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0126

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - SANCTIE

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Hierin wordt beschreven hoe de wachtruimte werd gecontroleerd voordat klager er werd geplaatst door de politie. Nadat klager de ruimte weer verlaten heeft wordt er een bruine substantie achter de verwarming aangetroffen. Klager was de enige persoon die na de eerste controle in de wachtruimte zat. Ter tuchtzitting bracht klager volgens de klachtencommissie geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de in het RAD beschreven feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor volgens de schriftelijke tuchtbeslissing 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt echter vast dat de directie ter tuchtzitting mondeling ten overstaan van klager oorspronkelijk een andere sanctie uitsprak, namelijk 21 dagen ATV. Omdat klager nadien dreigementen naar het hoofd van de directeur slingerde, verhoogde deze de sanctie. De klachtencommissie oordeelt dat de toemeting van de tuchtsanctie onwettig is verlopen omwille van de volgende redenen:
- De tuchtbeslissing is uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht (artikel 144, §8 Basiswet). Van zodra de directie de tuchtsanctie van 21 dagen ATV uitsprak ten overstaan van klager, was de tuchtbeslissing uitvoerbaar en kon zij dus niet meer gewijzigd worden, noch mondeling noch schriftelijk.
- De dreigementen maken nieuwe tuchtfeiten uit. Indien de directeur meende dat deze feiten een tuchtrechtelijk gevolg vereisten, diende hij hiervoor een nieuwe tuchtprocedure op te starten (artikel 144, §3 Basiswet).
- De dreigementen werden geuit aan het adres van de directeur. Indien de tuchtrechtelijke inbreuk gepleegd werd ten aanzien van een persoon die bevoegd is om tuchtsancties op te leggen, dient deze zich van de zaak te onthouden (artikel 127, §3 Basiswet).
De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.