Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0232

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG - MOTIVERING - VERTROUWENSFUNCTIE

Klager heeft een klacht ingediend tegen zijn ontslag. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om te werken in de gevangenis. Het is de directeur die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de Basiswet waardoor de beslissingen die de directeur in dit kader neemt, niet aan specifieke voorwaarden moeten voldoen. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie. De beslissing om iemand te ontslaan moet wel aan een aantal algemene voorwaarden voldoen. Zo moeten alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen met redenen omkleed zijn. De motivering van de ontslagbeslissing moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij werd ontslagen. De directie motiveerde de ontslagbeslissing door te stellen dat klager niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten omdat hij niet langer te vertrouwen is. De directie verwijst naar “na deze vastgestelde feiten”, waarmee ze lijkt te verwijzen naar een passage uit het bovenste luik van het formulier. De klachtencommissie heeft al herhaaldelijk geoordeeld dat enkel het onderste luik van het standaardformulier in Turnhout de eigenlijke ontslagbeslissing uitmaakt. De motivering die in dit onderste luik wordt verstrekt dient dan ook op zichzelf te staan. Het volstaat met andere woorden niet te verwijzen naar “deze vastgestelde feiten” zonder te verduidelijken over welke feiten het gaat. Volgens de klachtencommissie werd de ontslagbeslissing dan ook niet afdoende gemotiveerd. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ontslagbeslissing. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job in de keuken onmiddellijk kan hernemen, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst hiervoor geplaatst te worden.