Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0242

Ongegrond Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel Tucht Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL - DWANG - FOUILLE LICHAAM - TUCHT

Uit het RAD blijkt dat in overleg met onder andere de directie beslist is om klager onder te brengen in de beveiligde cel. De plaatsing in de beveiligde cel is een veiligheidsmaatregel die enkel als voorlopige maatregel of bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM) kan worden opgelegd. In beide gevallen is vereist dat de directeur zijn gemotiveerde schriftelijke beslissing bezorgt aan de gedetineerde zodat de gedetineerde kan kennisnemen van de redenen en de draagwijdte van de beslissing. Aangezien deze beslissing niet in het dossier zat, heeft de klachtencommissie deze beslissing opgevraagd. Het klachtenbureau bezorgde een e-mail van de dienstdoende adjudant waarin vermeld staat dat er een voorlopige maatregel ten aanzien van klager werd opgelegd. De beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel is volgens het klachtenbureau daarentegen niet terug te vinden in het dossier van klager. Aangezien niet vaststaat dat klager kennisnam van de motieven en de draagwijdte van de beslissing die ten aanzien van hem was opgelegd, meent de klachtencommissie dat de klacht tegen de voorlopige maatregel gegrond is.

Klager is in zijn klacht ook niet te spreken over de manier waarop beambten hem uit zijn cel hebben gehaald en naar de beveiligde cel hebben overgebracht. Volgens klager hebben deze beambten buitensporig geweld gebruikt. De klachtencommissie heeft het register in kwestie opgevraagd. Uit dit document blijkt dat klemtechnieken en handboeien zijn gebruikt van 16u20 tot 16u30 door een penitentiair bewakingsassistent, de dienstdoende adjudant en de dienstdoende kwartierchef omwille van dreigementen naar het personeel. Op basis van het RAD en het register van gebruik van dwang, besluit de klachtencommissie dat er voldaan was aan de voorwaarden om rechtstreekse dwang te gebruiken aangezien klager dreigende uitspraken had gedaan en niet voor rede vatbaar was desondanks de verschillende pogingen om in gesprek te gaan hierover en dat de dwangmaatregelen werden gebruikt voor de daartoe strikt noodzakelijke tijd, namelijk om klager over te brengen naar de beveiligde cel. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat de klacht tegen het gebruik van dwang ongegrond is.

Klager heeft ook de categorie fouillering op lichaam (naaktfouille) aangekruist op zijn klachtenformulier. In zijn brief heeft klager geschreven dat hij op het bed (in de beveiligde cel) werd gesleurd, dat zijn kleren van zijn lijf werden gerukt waardoor hij naakt op zijn buik lag. De concrete beschrijving door klager van de manier waarop de naaktfouille in de beveiligde cel werd uitgevoerd werd niet betwist door de directie zodat de klachtencommissie aanneemt dat hetgeen klager heeft verklaard, echt gebeurd is. Dit is een flagrante schending van artikel 108, §3 van de Basiswet waarin wordt gesteld dat het onderzoek aan de kledij en de fouillering op het lichaam geen tergend karakter mogen hebben en dienen te geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde. De manier waarop klager van zijn kledij werd ontdaan strookt op geen enkele manier met het stappenplan dat voorschrijft hoe een naaktfouille op een correcte manier moet worden uitgevoerd. Om deze reden is de klacht tegen de naaktfouille gegrond.

Tot slot heeft klager een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij met een schaar heeft gezwaaid. Klager heeft alleen een kinderschaar in zijn bezit en op het moment van de feiten had hij een T-shirt aan zodat de vaststelling dat hij een schaar in zijn mouw had zitten, niet kan kloppen. Volgens klager zat hij gewoon op zijn bed toen meerdere beambten zijn cel binnenkwamen en zijn arm begonnen om te wringen zonder dat hij de kans heeft gehad om gewoon mee te gaan. De advocaat van klager verklaarde daarentegen dat zijn cliënt op de verkeerde manier heeft gereageerd en het hem allemaal wat te veel geworden is. Gelet op deze verklaringen en de vaststellingen in het RAD waaruit blijkt dat klager bedreigingen heeft geuit, een schaar in zijn hand had (en niet dus niet in zijn mouw) en zich tijdens de overbrenging naar de beveiligde cel zowel verbaal als fysiek heeft verzet, meent de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon toerekenen aan klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van acht dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.