Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0253

Gegrond Tegemoetkoming KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
CELCONTROLE - TUCHT - GEINTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - ONTSLAG - KLACHTENPROCEDURE - TEGEMOETKOMING

Uit het rapport aan de directeur (RAD) blijkt dat er in de avond van 15.12.2025 een celcontrole werd uitgevoerd in de cel waar klager verblijft. Aangezien een celcontrole geen huiszoeking is, meent de klachtencommissie dat het uitvoeren van celcontroles niet gelimiteerd is tussen 21u en 5u. Klager meent dat de celcontrole op een onwaardige manier werd uitgevoerd omdat hij gedurende de celcontrole moest wachten in een andere ruimte waar het koud was. Uit de klacht blijkt niet dat het raam open bleef staan toen klager in de wachtruimte zat, noch dat klager heeft gevraagd of het raam gesloten kon worden en dat dit werd geweigerd door het personeel. Klager is verder van oordeel dat de celcontrole onwettig was omdat hij geen bericht conform bijlage 4 bij Collectieve Brief nr. 141 heeft ontvangen. Bijlage 4 informeert de gedetineerde enkel dat er een celcontrole heeft plaatsgevonden en wanneer. Aangezien klager gevraagd werd om zijn cel te verlaten aangezien er een celcontrole zou worden uitgevoerd, was hij geïnformeerd over het onderzoek in zijn verblijfsruimte. De klachtencommissie is van oordeel dat dergelijk bericht enkel noodzakelijk is wanneer de gedetineerde niet aanwezig is in zijn cel bij aanvang van de celcontrole omwille van werk of een strafuitvoeringsmodaliteit. Tot slot klaagt klager aan dat hij geen bewijs heeft ontvangen dat er zaken uit zijn cel zijn genomen. In de Basiswet is bepaald dat verboden voorwerpen of substanties, aangetroffen bij het uitvoeren van een onderzoek aan de kledij, een fouillering op het lichaam of een onderzoek van de verblijfsruimte, in beslag genomen kunnen worden en onder afgifte van bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde worden bewaard, hetzij met diens toestemming vernietigd worden, hetzij ter beschikking gehouden worden van de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming of vaststelling van strafbare feiten. De klachtencommissie meent dat in casu het laatste geval van toepassing was aangezien er drugs zijn teruggevonden in de cel. Aangezien het bezit hiervan strafbaar is, mochten de drugs niet ten behoeve van klager worden bewaard waardoor er ook geen ontvangstbewijs moest worden afgeleverd. De klachtencommissie besluit dat de celcontrole niet onwettig, noch onredelijk of onbillijk was. De klacht tegen de celcontrole is bijgevolg ongegrond.

Klager werd vervolgens tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager de vaststellingen in het RAD bij monde van zijn advocaat ontkende. Hoewel het RAD summier is opgesteld, is de vaststelling helder en niet voor interpretatie vatbaar. Er werden drugs gevonden in de cel waar klager alleen verbleef. Klager ontkent dat hij de eigenaar is van de drugs maar hij geeft geen verklaring waarom die drugs dan in zijn cel zijn gekomen. Klager en zijn advocaat zijn van oordeel dat de vaststellingen op onregelmatige manier zijn verkregen omdat de celcontrole onwettig was. De klachtencommissie acht dit niet correct. De advocaat van klager haalt ook aan dat klager zijn rechten van verdediging zijn geschonden aangezien de drugs niet werden getoond tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie meent dat dit niet standaard gebeurt en dat uit het verslag van de hoorzitting bovendien niet blijkt dat klager of zijn advocaat hebben gevraagd om de drugs te mogen zien. De klachtencommissie is van oordeel dat het op basis van het RAD bewezen is dat klager in het bezit was van drugs. De directeur dient vervolgens na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor het bezit van de drugs aangezien “op het moment dat betrokkene werd ingelicht over de vondsten in zijn verblijfsruimte, hij helder en bewust was in zijn spreken en handelen.” De klachtencommissie stelt echter vast dat in het RAD niets vermeld wordt over de geestestoestand van klager. De reactie van klager op de vondst is zelfs niet opgenomen in het RAD. De motivering over de toerekenbaarheid van de tuchtinbreuk aan klager vindt dus geen steun in het dossier. Omdat de bestreden beslissing niet naar recht werd gemotiveerd, is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing.

Uit de laatste klacht blijkt tenslotte dat klager na afloop van de tuchtsanctie van 21 dagen ATV zijn job als fatik niet meer kon hervatten. De klachtencommissie ontving geen dossierstukken in verband met het ontslag van klager. Volgens het klachtenbureau vindt men geen ontslagbeslissing terug in het dossier van klager. Bij gebreke aan dossierstukken kan de klachtencommissie geen controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van het ontslag uitoefenen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State , dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt het ontslag van klager. Artikel 158, §4, eerste lid van de Basiswet bepaalt dat de directeur de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, ongedaan maakt. Dit betekent dat klager zijn job als fatik onmiddellijk herneemt, indien er plaats is. Indien er geen plaats is, dient klager bovenaan de wachtlijst geplaatst te worden.

De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van 315 minuten aan belwaarde.