KC32/26-0019
Ongegrond
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - GEINTERNEERDE - ONTSLAG - WANDELING - TEGEMOETKOMING
Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel. Hij meent dat hij niet opzettelijk geweld heeft gebruikt. Er vloog een Aziatische hoornaar bij de persoon die agressief was en hij wou deze weg meppen. Uit de dossierstukken blijkt dat de voorlopige maatregel werd opgelegd naar aanleiding van fysieke agressie van klager tegenover een medegedetineerde tijdens de avondwandeling. Een beambte stelde deze feiten de volgende dag vast tijdens het bekijken van de camerabeelden en maakte hiervoor een rapport aan de directeur (RAD) op. De directeur besliste dat klager in afwachting van de tuchtprocedure verplicht moest verblijven in de aan hem toegewezen verblijfsruimte omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie klager terecht onder een voorlopige maatregel heeft geplaatst van zodra zij kennis nam van het RAD teneinde de veiligheid te waarborgen en nieuwe conflicten in afwachting van de tuchtprocedure te vermijden. Om deze reden is de klacht tegen de voorlopige maatregel ongegrond.
De directeur nam kennis van het eerder vermeldde RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd gehoord en uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat de camerabeelden tijdens de zitting werden getoond aan klager en dat hij dezelfde uitleg gaf zoals in zijn klacht. Er zat een hoornaar en klager heeft die tweemaal weggeslagen. De directie achtte die uitleg ongeloofwaardig. Uit het RAD blijkt dat de feiten door een beambte zijn vastgesteld aan de hand van het bekijken van de camerabeelden. De directie heeft deze beelden ook bekeken en tegensprekelijk gemaakt aan klager. Volgens de directie is op die beelden duidelijk te zien dat klager afstapt op het slachtoffer, spreekt met hem en hem vervolgens twee slagen in het gezicht geeft. Nadien stapt klager samen met een andere agressor weg en schudden ze elkaar de hand. De klachtencommissie is van oordeel dat deze heldere vaststellingen niet werden tegengesproken door klager. In eerste instantie ontkende hij in alle toonaarden om vervolgens een ongeloofwaardig verhaal te verkondigen over een hoornaar. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit, een tuchtinbreuk van eerste categorie, in redelijkheid en billijkheid kon bewezen verklaren. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. In het voorliggend dossier was de directeur van oordeel dat klager wel degelijk verantwoordelijk is voor zijn gedrag aangezien uit de camerabeelden blijkt dat hij de feiten doelbewust heeft gepleegd. Daarenboven waren er de dagen/weken voor de feiten geen aanwijzingen van een psychiatrisch instabiele toestand. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur zijn oordeel over de toerekeningsvatbaarheid van klager correct heeft gemotiveerd in de beslissing. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel). Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig en zelfs mild gelet op de ernst van de feiten. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie op het einde van de zitting aan klager meedeelde dat ze ook een ordemaatregel tot afzetting werk zou nemen omdat gedetineerden met een vertrouwensfunctie, zoals klager aangezien hij in de fitness werkte waar er geen toezicht is, te vertrouwen moeten zijn bij hun medegedetineerden. De camerabeelden maakten voor de directie duidelijk dat dat niet het geval was voor klager. De directie heeft dit ook nog eens aan klager meegedeeld via een schriftelijke beslissing. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zowel mondeling als via de schriftelijke ontslagbeslissing in kennis werd gesteld van de reden van zijn ontslag als fitnessmonitor en diender, namelijk dat hij het vertrouwen, hetgeen essentieel is voor deze jobs, heeft geschonden door de feiten van agressie te plegen op de wandeling. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten. Om deze reden is de klacht tegen de ontslagbeslissing ongegrond. De ontslagbeslissing blijft bestaan.
Klager heeft tenslotte drie klachten ingediend omdat hij op drie dagen geen individuele wandeling kreeg aangeboden. In artikel 140, §2, tweede lid van de Basiswet is bepaald dat tijdens ATV de directeur er zorgt voor draagt dat de gedetineerde de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven. Op vraag van de voorzitter van de klachtencommissie liet de directie weten dat elke gedetineerde dagelijks recht heeft op minstens één uur buitenlucht. Gedetineerden die omwille van een ATV-sanctie of een andere maatregel niet in groep kunnen gaan wandelen, worden dagelijks een individueel wandelmoment aangeboden. Een bewijs dat dit ook effectief gebeurd is op de dagen zoals vermeld door klager, brengt de directie weliswaar niet bij. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat deze klacht ontvankelijk en gegrond is. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van 180 minuten aan belkrediet, namelijk zestig minuten per gemiste wandeling.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel. Hij meent dat hij niet opzettelijk geweld heeft gebruikt. Er vloog een Aziatische hoornaar bij de persoon die agressief was en hij wou deze weg meppen. Uit de dossierstukken blijkt dat de voorlopige maatregel werd opgelegd naar aanleiding van fysieke agressie van klager tegenover een medegedetineerde tijdens de avondwandeling. Een beambte stelde deze feiten de volgende dag vast tijdens het bekijken van de camerabeelden en maakte hiervoor een rapport aan de directeur (RAD) op. De directeur besliste dat klager in afwachting van de tuchtprocedure verplicht moest verblijven in de aan hem toegewezen verblijfsruimte omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie klager terecht onder een voorlopige maatregel heeft geplaatst van zodra zij kennis nam van het RAD teneinde de veiligheid te waarborgen en nieuwe conflicten in afwachting van de tuchtprocedure te vermijden. Om deze reden is de klacht tegen de voorlopige maatregel ongegrond.
De directeur nam kennis van het eerder vermeldde RAD en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd gehoord en uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat de camerabeelden tijdens de zitting werden getoond aan klager en dat hij dezelfde uitleg gaf zoals in zijn klacht. Er zat een hoornaar en klager heeft die tweemaal weggeslagen. De directie achtte die uitleg ongeloofwaardig. Uit het RAD blijkt dat de feiten door een beambte zijn vastgesteld aan de hand van het bekijken van de camerabeelden. De directie heeft deze beelden ook bekeken en tegensprekelijk gemaakt aan klager. Volgens de directie is op die beelden duidelijk te zien dat klager afstapt op het slachtoffer, spreekt met hem en hem vervolgens twee slagen in het gezicht geeft. Nadien stapt klager samen met een andere agressor weg en schudden ze elkaar de hand. De klachtencommissie is van oordeel dat deze heldere vaststellingen niet werden tegengesproken door klager. In eerste instantie ontkende hij in alle toonaarden om vervolgens een ongeloofwaardig verhaal te verkondigen over een hoornaar. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit, een tuchtinbreuk van eerste categorie, in redelijkheid en billijkheid kon bewezen verklaren. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. In het voorliggend dossier was de directeur van oordeel dat klager wel degelijk verantwoordelijk is voor zijn gedrag aangezien uit de camerabeelden blijkt dat hij de feiten doelbewust heeft gepleegd. Daarenboven waren er de dagen/weken voor de feiten geen aanwijzingen van een psychiatrisch instabiele toestand. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur zijn oordeel over de toerekeningsvatbaarheid van klager correct heeft gemotiveerd in de beslissing. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel). Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig en zelfs mild gelet op de ernst van de feiten. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie op het einde van de zitting aan klager meedeelde dat ze ook een ordemaatregel tot afzetting werk zou nemen omdat gedetineerden met een vertrouwensfunctie, zoals klager aangezien hij in de fitness werkte waar er geen toezicht is, te vertrouwen moeten zijn bij hun medegedetineerden. De camerabeelden maakten voor de directie duidelijk dat dat niet het geval was voor klager. De directie heeft dit ook nog eens aan klager meegedeeld via een schriftelijke beslissing. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zowel mondeling als via de schriftelijke ontslagbeslissing in kennis werd gesteld van de reden van zijn ontslag als fitnessmonitor en diender, namelijk dat hij het vertrouwen, hetgeen essentieel is voor deze jobs, heeft geschonden door de feiten van agressie te plegen op de wandeling. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie terecht tot de ongeschiktheid van klager heeft besloten. Om deze reden is de klacht tegen de ontslagbeslissing ongegrond. De ontslagbeslissing blijft bestaan.
Klager heeft tenslotte drie klachten ingediend omdat hij op drie dagen geen individuele wandeling kreeg aangeboden. In artikel 140, §2, tweede lid van de Basiswet is bepaald dat tijdens ATV de directeur er zorgt voor draagt dat de gedetineerde de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven. Op vraag van de voorzitter van de klachtencommissie liet de directie weten dat elke gedetineerde dagelijks recht heeft op minstens één uur buitenlucht. Gedetineerden die omwille van een ATV-sanctie of een andere maatregel niet in groep kunnen gaan wandelen, worden dagelijks een individueel wandelmoment aangeboden. Een bewijs dat dit ook effectief gebeurd is op de dagen zoals vermeld door klager, brengt de directie weliswaar niet bij. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat deze klacht ontvankelijk en gegrond is. De klachtencommissie kent een tegemoetkoming toe van 180 minuten aan belkrediet, namelijk zestig minuten per gemiste wandeling.