FOUILLERING - SUBSIDIARITEIT
Klager dient klacht in tegen een naaktfouillering.
Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directeur bezorgt zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouillering schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouillering heeft plaatsgevonden.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Uit het meldingsverslag van 13/03/2026 en uit de motivering van de fouillering op het lichaam blijkt immers dat klager samen met een twintigtal gedetineerden betrokken was bij het openen en/of verdelen van de inhoud van een pakket dat via een drone boven de wandeling was gedropt. Het feit dat klager op de wandeling aan het schaken was en er niets mee te maken zou hebben gehad, zoals klager stelt in zijn klacht, is voor de klachtencommissie onvoldoende om de individuele aanwijzingen te weerleggen. Klager was immers aanwezig op de wandeling en de klachtencommissie is van oordeel dat het meldingsverslag voldoende duidelijk werd opgesteld zodat de directie de camerabeelden niet nog bijkomend had moeten bekijken. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.
Klager dient klacht in tegen een naaktfouillering.
Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden. De directeur bezorgt zijn beslissing met daarin de motivering voor de naaktfouillering schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk 24 uur nadat de naaktfouillering heeft plaatsgevonden.
De klachtencommissie is vooreerst van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam duidelijk blijkt wat de individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Uit het meldingsverslag van 13/03/2026 en uit de motivering van de fouillering op het lichaam blijkt immers dat klager samen met een twintigtal gedetineerden betrokken was bij het openen en/of verdelen van de inhoud van een pakket dat via een drone boven de wandeling was gedropt. Het feit dat klager op de wandeling aan het schaken was en er niets mee te maken zou hebben gehad, zoals klager stelt in zijn klacht, is voor de klachtencommissie onvoldoende om de individuele aanwijzingen te weerleggen. Klager was immers aanwezig op de wandeling en de klachtencommissie is van oordeel dat het meldingsverslag voldoende duidelijk werd opgesteld zodat de directie de camerabeelden niet nog bijkomend had moeten bekijken. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden.