KC33/23-0124
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Wortel
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Fouille op het lichaam
TERMIJN - FOUILLE LICHAAM - VOORLOPIGE MAATREGEL - HANDTEKENING - TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING
De basiswet voorziet dat de beslissing binnen de 7 dagen na kennisname van de beslissing ingediend dient te worden. Daarnaast moet het klachtenformulier nauwkeurig de redenen waarom klacht ingediend wordt vermeld worden.
De klachtencommissie stelt vast klager in zijn klachtenformulier niet uitlegt waarom hij de beslissingen tot fouille aan het lichaam van 10/10/2023, 24/10/2023 en 25/10/2023 viseert. Evenmin wordt verduidelijk waarom hij pas nu klacht indient voor de beslissing tot fouille aan het lichaam van 10/10/2023. De klacht gericht tegen deze fouillebeslissingen is niet-ontvankelijk.
Klager dient ook klacht in tegen een fouillebeslissing van 28/10/2023.
Uit de motivering van deze fouillebeslissing kan de klachtencommissie niet afleiden welke aanwijzingen er bestaan die klager mee verantwoordelijk maken voor het gedrag van zijn celgenoot. Klager kan niet zomaar meegenomen worden in de vermoedens die ten aanzien van celgenoot bestaan. Aldus wordt er onvoldoende geconcretiseerd waarom klager onderworpen dient te worden aan de fouille aan het lichaam.
De klacht tegen deze fouillebeslissing is gegrond.
Klager dient klacht in tegen een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel.
De klachtencommissie wijst op de Collectieve brief nr. 124 waarin wordt bepaald dat uitsluitend de directeur kan beslissen een voorlopige maatregel te nemen. Alleen wanneer de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis deze beslissing nemen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur, die vervolgens zelf een beslissing neemt.
In principe kan dus enkel de directeur een voorlopige maatregel nemen. Slechts uitzonderlijk kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis deze beslissing nemen.
De klacht tegen het opleggen van de voorlopige maatregel is gegrond.
Het rapport aan de directeur is voldoende duidelijk. Klager ontkent dat het gaat om een joint die hij in het blikje ice-tea deponeerde. De indringende geur werd echter door twee beambten en een directeur vastgesteld in het blikje waarin klager zijn vermeende sigaret verstopte. Ook werd vastgesteld dat klager kort daarvoor aan het roken was. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen.
De klachtencommissie kan uit deze motivering niet afleiden waarom de inbreuk ‘het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen’ ten aanzien van klager werd weerhouden. Klager stelde op de tuchtzitting dat hij op UV was en het dus niet op de hoogte was dat de cel smerig was.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gedeeltelijk gegrond.
De basiswet voorziet dat de beslissing binnen de 7 dagen na kennisname van de beslissing ingediend dient te worden. Daarnaast moet het klachtenformulier nauwkeurig de redenen waarom klacht ingediend wordt vermeld worden.
De klachtencommissie stelt vast klager in zijn klachtenformulier niet uitlegt waarom hij de beslissingen tot fouille aan het lichaam van 10/10/2023, 24/10/2023 en 25/10/2023 viseert. Evenmin wordt verduidelijk waarom hij pas nu klacht indient voor de beslissing tot fouille aan het lichaam van 10/10/2023. De klacht gericht tegen deze fouillebeslissingen is niet-ontvankelijk.
Klager dient ook klacht in tegen een fouillebeslissing van 28/10/2023.
Uit de motivering van deze fouillebeslissing kan de klachtencommissie niet afleiden welke aanwijzingen er bestaan die klager mee verantwoordelijk maken voor het gedrag van zijn celgenoot. Klager kan niet zomaar meegenomen worden in de vermoedens die ten aanzien van celgenoot bestaan. Aldus wordt er onvoldoende geconcretiseerd waarom klager onderworpen dient te worden aan de fouille aan het lichaam.
De klacht tegen deze fouillebeslissing is gegrond.
Klager dient klacht in tegen een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel.
De klachtencommissie wijst op de Collectieve brief nr. 124 waarin wordt bepaald dat uitsluitend de directeur kan beslissen een voorlopige maatregel te nemen. Alleen wanneer de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis deze beslissing nemen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur, die vervolgens zelf een beslissing neemt.
In principe kan dus enkel de directeur een voorlopige maatregel nemen. Slechts uitzonderlijk kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis deze beslissing nemen.
De klacht tegen het opleggen van de voorlopige maatregel is gegrond.
Het rapport aan de directeur is voldoende duidelijk. Klager ontkent dat het gaat om een joint die hij in het blikje ice-tea deponeerde. De indringende geur werd echter door twee beambten en een directeur vastgesteld in het blikje waarin klager zijn vermeende sigaret verstopte. Ook werd vastgesteld dat klager kort daarvoor aan het roken was. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen.
De klachtencommissie kan uit deze motivering niet afleiden waarom de inbreuk ‘het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen’ ten aanzien van klager werd weerhouden. Klager stelde op de tuchtzitting dat hij op UV was en het dus niet op de hoogte was dat de cel smerig was.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is gedeeltelijk gegrond.