Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0037

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie, naar aanleiding van feiten die werden meegedeeld in een rapport aan de directeur (RAD).

Klager klaagt in zijn klacht aan dat de directie de camerabeelden niet heeft bekeken. In het tuchtdossier wordt echter niet verwezen naar camerabeelden. Wanneer de directie meent dat de weergave van de feiten in de rapporten aan de directeur voldoende duidelijk is om de feiten als bewezen te verklaren, is het niet verplicht om camerabeelden te bekijken.

Zoals blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing, heeft de directie zich voor het bewezen verklaren van de feiten enkel gesteund op de vaststellingen van haar personeel. De klachtencommissie stelt vast dat het RAD eenduidig stelt hoe de opsteller zag dat beide gedetineerden aan
het vechten waren tijdens de wandeling. Medegedetineerden moesten hen uit elkaar halen. Klager kreeg vuistslagen en klager sloeg met zijn krukken op de medegedetineerde. De klachtencommissie is daarom van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Voor het bestaan van de tuchtinbreuk is het irrelevant wie de vechtpartij heeft gestart.

Dat klager werd aangevallen, kan wel een belangrijk element zijn in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig.

De klachtencommissie meent op basis van het verweer van de directie te besluiten dat de directie verzachtende omstandigheden heeft aangenomen waardoor zij voor klager een mildere sanctie heeft opgelegd dan voor de medegedetineerde. Gelet op de ernst van de inbreuk, namelijk fysieke agressie, is de klachtencommissie bovendien van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.