TUCHT - PERSONEEL
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie. Klager werd, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde dat hij minder tijd kreeg om te douchen dan de andere gedetineerden omdat hij een douche kreeg toegewezen die niet goed werkte.
De klachtencommissie is van oordeel dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij alsnog heeft nagelaten. Klager had zich kunnen afspoelen aan de kraan op zijn cel. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van acht dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV.
Uit de berekening van de tuchtsanctie, blijkt dat op het moment dat de bestreden tuchtbeslissing van 25.04.2024 werd opgelegd, reeds een tuchtsanctie lopende was, namelijk, vijftien dagen ATV opgelegd bij tuchtbeslissing van 18.04.2024, ingaande van 16.04.2024 tot en met 01.05.2024. Opeenvolgende ATV-sancties mogen in totaal de dertig dagen niet overschrijden.
Aangezien klager opeenvolgend 23 dagen onder ATV verbleef, was de opgelegde tuchtsanctie wettig.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing van 25.04.2024 blijft bestaan.
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing, uitgesproken door de directie van de gevangenis.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel, een tuchtinbreuk van tweede categorie. Klager werd, met bijstand van een advocaat, gehoord door de directie. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager verklaarde dat hij minder tijd kreeg om te douchen dan de andere gedetineerden omdat hij een douche kreeg toegewezen die niet goed werkte.
De klachtencommissie is van oordeel dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij alsnog heeft nagelaten. Klager had zich kunnen afspoelen aan de kraan op zijn cel. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van acht dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van tweede categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie vijftien dagen ATV.
Uit de berekening van de tuchtsanctie, blijkt dat op het moment dat de bestreden tuchtbeslissing van 25.04.2024 werd opgelegd, reeds een tuchtsanctie lopende was, namelijk, vijftien dagen ATV opgelegd bij tuchtbeslissing van 18.04.2024, ingaande van 16.04.2024 tot en met 01.05.2024. Opeenvolgende ATV-sancties mogen in totaal de dertig dagen niet overschrijden.
Aangezien klager opeenvolgend 23 dagen onder ATV verbleef, was de opgelegde tuchtsanctie wettig.
Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing van 25.04.2024 blijft bestaan.