TUCHT
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 19/07/2024 van de directie van de gevangenis.
Klager is het oneens met de tuchtbeslissing van 19/07/2024 waarbij hem een tuchtsanctie van 20 dagen ATV werd opgelegd, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 18/07/2024.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/07/2024 verklaart klager dat hij gevraagd had aan de beambten om hem naar een andere cel te brengen. Vooraleer hij de stoel heeft gegooid, had hij al aangegeven dat de situatie aan het escaleren was. Hij ontkent niet dat hij met een stoel gegooid heeft. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van art. 8 van de Basiswet, aangezien ze expliciet ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de fysiekeintegriteit blijkt.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
In casu worden de feiten gekwalificeerd als een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 20 dagen ATV valt binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 20 dagen ATV
bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gelet op de omvang van de feiten en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.Bovendien werd de voorgaande voorlopige maatregel correct in mindering gebracht.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 19/07/2024 van de directie van de gevangenis.
Klager is het oneens met de tuchtbeslissing van 19/07/2024 waarbij hem een tuchtsanctie van 20 dagen ATV werd opgelegd, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De tuchtbeslissing is gebaseerd op het RAD van 18/07/2024.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 19/07/2024 verklaart klager dat hij gevraagd had aan de beambten om hem naar een andere cel te brengen. Vooraleer hij de stoel heeft gegooid, had hij al aangegeven dat de situatie aan het escaleren was. Hij ontkent niet dat hij met een stoel gegooid heeft. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van art. 8 van de Basiswet, aangezien ze expliciet ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de fysiekeintegriteit blijkt.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.
In casu worden de feiten gekwalificeerd als een tuchtvergrijp van de eerste categorie. De opgelegde tuchtsanctie van 20 dagen ATV valt binnen het wettelijke maximum voor een tuchtinbreuk eerste categorie, wat 30 dagen is. De klachtencommissie acht een tuchtsanctie van 20 dagen ATV
bovendien ook niet onredelijk voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie, gelet op de omvang van de feiten en de maximumsanctie die de directie kon opleggen.Bovendien werd de voorgaande voorlopige maatregel correct in mindering gebracht.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.