Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0106

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 06/09/2024 van de directie van de gevangenis.

In het tuchtdossier is een RAD voorhanden van 04/09/2024 op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld. Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 06/09/2024, met bijstand van zijn advocaat. Klager heeft verklaard dat bepaalde medegedetineerden (de ‘slachtoffers’) 2 dagen voordien binnengekomen waren en een systeem hadden ontwikkeld van de zwakken af te persen. Ze begonnen blijkbaar met de brave Belgen. Ze kwamen ze afpersen met scheermessen. De avond voor het incident van 04/09/2024 hebben ze klager en diens buurman bedreigd met messen en flessen met een afgescheurd onderkant. Een medegedetineerde zou geslagen hebben omdat de medegedetineerden (de ‘slachtoffers’) hem gesneden hebben. Klager zou hem enkel geholpen hebben, zodat er geen ‘sneden’ meer zouden volgen. Klager benadrukt dat hij niemand geslagen heeft, maar dat hij het scheermes enkel met zijn been heeft weggeduwd. Na de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft de directie een tuchtsanctie opgelegd van 10 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.

Klager stelt in zijn klacht en tijdens de zitting van 06/09/2024 dat het RAD onjuist is en dat hij de medegedetineerden enkel lichtjes heeft weggeduwd. Hij heeft de hand van de medegedetineerde weggeduwd met zijn been teneinde een andere medegedetineerde te beschermen. De
klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van het duidelijke RAD. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. Zij stelt ook vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 06/09/2024 niet gegrond.