Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0111

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VERBODEN VOORWERPEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 23/09/2024 van de directie van de gevangenis.

De tuchtbeslissing is gebaseerd op twee RAD’s. Het eerste RAD van 21/09/2024 (feiten om 18.02 uur). Het tweede RAD van 22/09/2024 (feiten om 00.05 uur). Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 23/09/2024 verklaart klager, bijgestaan door een raadsman, dat de telefoon niet van hem is. Hij verklaart dat het klopt dat hij deze vasthad, maar dat deze niet van hem was. Hij verklaart ook dat hij enkel tabak heeft ontvangen tijdens de wandeling, en geen verboden substantie. Vervolgens meent hij dat de hele gang stinkt naar cannabis, niet enkel zijn cel. Er zou trouwens een celcontrole hebben plaatsgevonden in zijn cel en hierbij werd geen cannabis aangetroffen. Na het horen van klager werd door de directie een beslissing genomen. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 10 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling, 2) het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en 3) het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.

Wat de eerste inbreuk betreft (‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepaling’): de directie verwijst correct naar de volgende bepaling vermeld in het
huishoudelijk reglement van Wortel (puntje 2.5., op pagina 10, versie van 26/04/2023). De directie kon binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden
ten laste gelegd, bewezen waren. Klager betwist geenszins dat hij iets heeft ontvangen van een medegedetineerde tijdens de wandeling. Hij heeft tijdens de tuchtrechtelijk hoorzitting verklaard dat
hij “gewoon” tabak heeft ontvangen tijdens de wandeling. Dit is ook verboden.

Wat de tweede inbreuk betreft (‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’): de klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur de feiten m.b.t.
de verboden substanties bewezen achtte en ze aan klager toerekende. Twee personeelsleden namen de geur waar. Er werd ook gekeken door het winket en ze zagen klager een trechtervormige
sigaret roken. De geurwaarneming werd volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie buigt zich ook over de derde inbreuk (‘het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken’): klager werd
betrapt met een telefoon in zijn handen. Hij heeft dit ook toegegeven op de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur de feiten m.b.t. het gebruik van
technologische middelen bewezen achtte en ze aan klager toerekende. Deze kwalificatie is correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten bewezen kon achten op basis van de duidelijke RAD’s. De klachtencommissie vindt deze tuchtbeslissing wettig, redelijk en billijk.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie. De directie zou aan klager voor deze tuchtinbreuken van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV
kunnen opleggen. Klager kreeg 10 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze tuchtsanctie wettelijk en redelijk. Zij stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.