Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0134

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM – VERBODEN SUBSTANTIES

Klager dient klacht in tegen de beslissing van de directie tot fouillering op het lichaam. Klager zou recent een brief hebben gekregen waaruit sterke aanwijzingen zouden blijken dat klager zich inlaat met drugshandel. Klager meent dat hij al maanden geen post heeft gekregen en dat iedereen een brief naar hem zou kunnen sturen met slechte bedoelingen.

De klachtencommissie is van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd wat concreet de individuele aanwijzingen zijn die doen vermoeden dat de gedetineerde in het bezit zou kunnen zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De directie heeft dit ook in haar communicatie aan gedetineerde over de briefwisseling duidelijk aangegeven: “Wij ontvingen ene brief die voor u bestemd was. Bij controle op de inhoud viel ons oog op een woord dat de aandacht trok, waarna de brief werd gelezen. Na het lezen van de brief beslisten wij u deze niet te bezorgen. Er zijn namelijk aanwijzingen dat de inhoud een risico inhoudt op de veiligheid.”

Anderzijds heeft de directie voldoende specifiek uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden, namelijk “gelet deze vaak klein of goed verstopt zijn, volstaat een summiere fouille niet”.

De klacht is om deze reden ongegrond. De beslissing tot fouillering van het lichaam blijft bestaan.