Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0140

Ongegrond Gegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM – CELCONTROLE – TUCHT

Klager dient klacht in tegen een fouillering op het lichaam en tegen een tuchtbeslissing. Hij is het niet eens met de beslissingen omdat hij vindt dat er sprake is van machtsmisbruik. Hij heeft bepaalde zaken niet gedaan. Klager en zijn celgenoten werden ’s morgensvroeg uit hun bed gelicht en werden in de douche aan een naaktfouille onderworpen. Bij aankomst aan hun cel kregen ze te horen dat ze een ‘heel rommelige cel’ hadden en het ‘niet goed ruikt’ in hun cel. Dit terwijl ze de properste cel van de gang hebben. Wanneer hij in de deuropening stond, zag hij als eerste hoe hun cel eraan toe was. Het leek op vandalisme. Potten, kookmateriaal, boeken, knutselwerken, familiefoto’s (die normaal aan de muur hangen), voedsel uit de kasten, … lagen allemaal verspreid op de grond.

- Wat betreft de naaktfouille

De naaktfouille werd uitgevoerd op 21/12/2024 om 07.50 uur, terwijl de directie pas een beslissing nam om 08.30 uur. De klachtencommissie kan uit niets afleiden dat de naaktfouille na een beslissing van de directie gebeurd is. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet.

De klacht is om deze redenen gegrond.

- Wat betreft de tuchtbeslissing

De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directie van oordeel was dat klager de orde opzettelijk aantastte door de deuropening van zijn cel te versperren. Door het versperren van de deuropening van zijn cel, hadden de beambten geen controle meer over het al dan niet sluiten van de deur. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure correct gevolgd werd door de directie.

Klager kreeg 7 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in zekere zin rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd.

Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.