TUCHT - TEGEMOETKOMING
Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing omdat bepaalde personen in de douche kabaal hebben gemaakt. Klager benadrukt dat hij een tegemoetkoming wenst, vermits hij gedurende 10 dagen niet heeft kunnen wandelen.
De directie meent dat klager ongeloofwaardig overkomt omdat hij de feiten ontkent, net zoals alle andere aanwezigen. De klachtencommissie brengt echter in herinnering dat het niet aan klager is om te bewijzen dat hij het niet heeft gedaan. Het is aan de directie om te bewijzen dat klager de feiten heeft gepleegd. De directie verwijst in de motivering van de tuchtbeslissing naar de vaststellingen in het rapport die duidelijk zijn. Hoewel het rapport op zichzelf duidelijk is en werd opgesteld alsof klager de enige was die kabaal maakte, blijkt dat het rapport helemaal niet werd geïndividualiseerd maar dat elke aanwezige gedetineerde exact dezelfde feiten ten laste werd gelegd. De klachtencommissie is van oordeel dat in die gegeven omstandigheden het RAD diende aangevuld te worden met bijkomend onderzoek. Uit het tuchtdossier blijkt niet dat dit is gebeurd. Men had bijvoorbeeld kunnen controleren uit welke doucheruimtes het lawaai kwam. De directie stelt in haar verweer dat zij na de feiten nogmaals navraag gedaan heeft bij de betrokken personeelsleden over de betrokkenheid van de gedetineerden. De klachtencommissie meent dat de bevestiging van de betrokken beambten dat hun RAD wel degelijk correct was, niet bijdraagt aan een zorgvuldige feitenvinding.
De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten niet louter op basis van het RAD bewezen kon verklaren in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Als tegemoetkoming kent de klachtencommissie klager één extra wandeling toe.
Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing omdat bepaalde personen in de douche kabaal hebben gemaakt. Klager benadrukt dat hij een tegemoetkoming wenst, vermits hij gedurende 10 dagen niet heeft kunnen wandelen.
De directie meent dat klager ongeloofwaardig overkomt omdat hij de feiten ontkent, net zoals alle andere aanwezigen. De klachtencommissie brengt echter in herinnering dat het niet aan klager is om te bewijzen dat hij het niet heeft gedaan. Het is aan de directie om te bewijzen dat klager de feiten heeft gepleegd. De directie verwijst in de motivering van de tuchtbeslissing naar de vaststellingen in het rapport die duidelijk zijn. Hoewel het rapport op zichzelf duidelijk is en werd opgesteld alsof klager de enige was die kabaal maakte, blijkt dat het rapport helemaal niet werd geïndividualiseerd maar dat elke aanwezige gedetineerde exact dezelfde feiten ten laste werd gelegd. De klachtencommissie is van oordeel dat in die gegeven omstandigheden het RAD diende aangevuld te worden met bijkomend onderzoek. Uit het tuchtdossier blijkt niet dat dit is gebeurd. Men had bijvoorbeeld kunnen controleren uit welke doucheruimtes het lawaai kwam. De directie stelt in haar verweer dat zij na de feiten nogmaals navraag gedaan heeft bij de betrokken personeelsleden over de betrokkenheid van de gedetineerden. De klachtencommissie meent dat de bevestiging van de betrokken beambten dat hun RAD wel degelijk correct was, niet bijdraagt aan een zorgvuldige feitenvinding.
De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten niet louter op basis van het RAD bewezen kon verklaren in hoofde van klager. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing. Als tegemoetkoming kent de klachtencommissie klager één extra wandeling toe.