Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0036

Ongegrond Gegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TUCHT

De klacht betreft een fouillering op het lichaam en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Wortel.

Over de naaktfouille: de directie werd op verschillende momenten, over de periode van meer dan een maand, in de mogelijkheid gesteld een kopie van de beslissing tot fouillering op het lichaam aan de klachtencommissie en aan klager over te maken. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.

De klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar beslissing heeft gesteund. De directie ondersteunt haar argument verder niet. Bij gebreke aan beslissing kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is om deze redenen gegrond.

Over de tuchtbeslissing: een gedetineerde kan alleen tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.

Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten, oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. Aangezien de tuchtregeling in de Basiswet geen bijzondere bewijswaardering voorschrijft, kan de directeur voor het bewijs steunen op materiële vaststellingen, bekentenissen, getuigenissen of vermoedens, zolang hij bij zijn beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten tot een conclusie komt die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De rapporten aan de directeur vormen daarbij een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de RAD’s duidelijk werden opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat de rapporten geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat de medegedetineerde vrijwillig naar de veiligheidscel wenst te gaan, geen afbreuk doet aan het feit dat de feiten bewezen zijn. Klager had immers de kans om op een andere manier te reageren dan met fysiek geweld. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie nog bijkomend de camerabeelden had moeten bekijken aangezien de RAD’s voldoende gedetailleerd en duidelijk zijn. Bovendien waren er meerdere getuigen van de feiten.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen opsluiting in de strafcel. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 9 dagen opsluiting in de strafcel. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat de directie rekening heeft gehouden met de voorlopige maatregel en gelet op de ernst van de feiten. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.