Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0066

Ongegrond Gegrond KC - Wortel Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT

- Wat betreft de voorlopige maatregel

Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager een gevaar voor de orde of de veiligheid uitmaakte.

De klachtencommissie is van oordeel dat de uitspraken van klager zoals weergegeven in het RAD blijk geven van een gebrek aan respect in hoofde van klager voor het in stand houden van een menswaardig samenlevingsklimaat, in het bijzonder in gedachte de medische interventie. Door het opleggen van een voorlopige maatregel wou de directie vermijden dat de houding van klager latere gemeenschappelijke activiteiten zou beïnvloeden en andere medegedetineerden zou aanzetten.

De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel gerechtvaardigd was. Om deze redenen is de klacht tegen de voorlopige maatregel ongegrond.

- Wat betreft de tuchtbeslissing

Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat klager erkende te hebben gezegd dat hij sommige cheffen klootzakken vindt. Hij excuseerde zich en verklaarde dat hij dit niet meer zou doen. Ingevolge de bekentenis van klager besluit de klachtencommissie dat de feiten bewezen zijn.

De directie is van oordeel dat de uitspraken van klager gekwalificeerd kunnen worden als de opzettelijke aantasting van de orde en het beledigen van personen. Hoewel de klachtencommissie van oordeel is dat de uitspraken van klager een gevaar betekenden voor de orde in de gevangenis, meent de klachtencommissie daarentegen dat er geen elementen in het tuchtdossier zijn waaruit blijkt dat de uitspraken van klager de orde ook effectief hebben aangetast. Uit het RAD blijkt bijvoorbeeld niet dat de beweging vertraging opliep of dat andere gedetineerden door de uitspraken van klager opgehitst raakten. De klachtencommissie besluit dat de directie de feiten niet als de opzettelijke aantasting van de orde kon kwalificeren. De klachtencommissie is daarentegen van oordeel dat de uitspraak van klager gekwalificeerd kan worden als een belediging.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vijf dagen ATV, met inbegrip van de duurtijd van de opgelegde voorlopige maatregel. De tuchtsanctie was dus wettig.

Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager is gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de orde. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.