Ga verder naar de inhoud

KC33/25-0069

Ongegrond Gegrond Onontvankelijk KC - Wortel Klachtencommissie Voorlopige maatregel Bijzondere veiligheidsmaatregel Tucht Ordemaatregel Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - VERBODEN SUBSTANTIES - HOORPLICHT

Ongeacht of de aanleiding voor de naaktfouille was dat klager onder invloed leek toen hij uit de douche kwam of de geur van hasj in de cel waar klager verblijft, is de klachtencommissie van oordeel dat er sprake was van concrete individuele aanwijzingen dat klager in het bezit was van verboden substanties. De directie motiveerde in de beslissing waarom een onderzoek aan het lichaam noodzakelijk was en een minder ingrijpende maatregel, zoals een onderzoek aan de kledij niet toereikend zou zijn. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille gerechtvaardigd was. Om deze reden is de klacht tegen de naaktfouille ongegrond.

Uit de dossierstukken blijkt dat de directeur daarna een bijzondere veiligheidsmaatregel heeft opgelegd. De directie was van oordeel dat er een gevaar was voor de veiligheid. Doordat klager onder invloed leek, was de inrichtingsarts van oordeel dat de gezondheid van klager en dus zijn eigen fysieke integriteit, gevaar liep.
In de bestreden beslissing wordt verwezen naar het verslag van horen. Dit verslag werd aanvankelijk niet bezorgd aan de klachtencommissie. De klachtencommissie heeft dit opgevraagd en gekregen. In dit verslag worden de opmerkingen van klager echter niet weergegeven zodat de klachtencommissie niet kan concluderen dat klager werd gehoord over het voornemen van de directie om een BVM op te leggen.
De klachtencommissie meent tenslotte dat de feiten weergegeven in het RAD gekwalificeerd konden worden als een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, namelijk het bezit van door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Bijgevolg had de directie conform de Basiswet een tuchtprocedure moeten opstarten in plaats van een BVM-procedure. Dezelfde veiligheidsmaatregelen hadden in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting opgelegd kunnen worden onder de vorm van een voorlopige maatregel.

Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de beslissing tot het opleggen van een BVM in strijd was met de Basiswet. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de BVM.