TUCHT
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. Klager en zijn celgenoot worden geïdentificeerd als degene die beiden slagen aan elkaar hebben uitgedeeld. Bovendien werd het RAD opgemaakt door een beambte en ondertekend door vijf getuigen van het personeel. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De motivering van zijn klacht is uiterst summier. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting haalt klager aan dat zijn celgenoot met de agressie begonnen is, maar ontkent hij niet dat hij zelf ook slagen heeft toebedeeld en stelt hij uitdrukkelijk ‘ik heb gewoon teruggeslagen’. Het feit dat de celgenoot van klager de eerste zou zijn geweest die slagen heeft uitgedeeld, doet geen afbreuk aan de bewezenverklaring van de feiten in hoofde van klager zelf. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. Klager en zijn celgenoot worden geïdentificeerd als degene die beiden slagen aan elkaar hebben uitgedeeld. Bovendien werd het RAD opgemaakt door een beambte en ondertekend door vijf getuigen van het personeel. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De motivering van zijn klacht is uiterst summier. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting haalt klager aan dat zijn celgenoot met de agressie begonnen is, maar ontkent hij niet dat hij zelf ook slagen heeft toebedeeld en stelt hij uitdrukkelijk ‘ik heb gewoon teruggeslagen’. Het feit dat de celgenoot van klager de eerste zou zijn geweest die slagen heeft uitgedeeld, doet geen afbreuk aan de bewezenverklaring van de feiten in hoofde van klager zelf. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.