Ga verder naar de inhoud

KC33/26-0020

Ongegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 10 maart 2026. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. In de klacht wordt gesteld dat klager de vuistslagen louter toediende omdat hij in zijn vinger werd gebeten, met name om de medegedetineerde zijn vinger te doen lossen. Hoewel het vaststaat dat klager door de medegedetineerde in zijn vinger werd gebeten, meent de klachtencommissie dat deze in de klacht aangehaalde nuancering noch uit het RAD van 10 maart 2026 noch uit de verklaringen van klager ter tuchtzitting blijkt. Uit de verklaring van klager ter tuchtzitting blijkt dat de medegedetineerde in klager zijn vinger beet nadat deze hem tegen de deur hield. De handelingen die klager zelf stelde overstegen volgens de klachtencommissie dan ook de loutere verdediging tegen het bijten in de vinger. De klachtencommissie besluit dan ook dat hetgeen de directie in haar motivering zegt, namelijk dat beide partijen fysieke agressie hebben gepleegd ten aanzien van de ander, als voldoende bewezen kan worden beschouwd. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg de maximumsanctie van 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de ernst van de feiten, redelijk. De klacht is ongegrond.