TUCHT - BEWIJS - GETUIGEN
Klager dient een klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat hij aan het slapen zou zijn geweest, en deze feiten niet zouden hebben plaatsgevonden. De klachtencommissie is echter van oordeel dat directie in de motivering van haar beslissing mocht verwijzen naar dit RAD, aangezien het voldoende duidelijk werd opgesteld. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager stelt in zijn klacht dat de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gezegd zou hebben dat ze het eerst verder zouden onderzoeken, maar dat dit even zou kunnen duren aangezien de betrokken beambte met ziekteverlof zou zijn. Toch zou de directie meteen na de hoorzitting de tuchtbeslissing hebben genomen. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijk hoorzitting vast dat klager en zijn advocaat inderdaad hebben gevraagd om de celgenoot van klager als getuige te horen, maar nergens uit dit verslag blijkt dat de directie hiermee zou hebben toegestemd, noch dat de directie gezegd zou hebben dat zij eerste de betrokken beambte nogmaals zouden horen alvorens een beslissing te nemen. Er is bijgevolg geen sprake van een schending van het recht van verdediging van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld, zodoende de directie niet verplicht was nog bijkomend onderzoek te verrichten, noch de medegedetineerde van klager of de betrokken beambte moest te horen.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.
Klager dient een klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk en gedetailleerd werd opgesteld. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat hij aan het slapen zou zijn geweest, en deze feiten niet zouden hebben plaatsgevonden. De klachtencommissie is echter van oordeel dat directie in de motivering van haar beslissing mocht verwijzen naar dit RAD, aangezien het voldoende duidelijk werd opgesteld. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Klager stelt in zijn klacht dat de directie tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gezegd zou hebben dat ze het eerst verder zouden onderzoeken, maar dat dit even zou kunnen duren aangezien de betrokken beambte met ziekteverlof zou zijn. Toch zou de directie meteen na de hoorzitting de tuchtbeslissing hebben genomen. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijk hoorzitting vast dat klager en zijn advocaat inderdaad hebben gevraagd om de celgenoot van klager als getuige te horen, maar nergens uit dit verslag blijkt dat de directie hiermee zou hebben toegestemd, noch dat de directie gezegd zou hebben dat zij eerste de betrokken beambte nogmaals zouden horen alvorens een beslissing te nemen. Er is bijgevolg geen sprake van een schending van het recht van verdediging van klager. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld, zodoende de directie niet verplicht was nog bijkomend onderzoek te verrichten, noch de medegedetineerde van klager of de betrokken beambte moest te horen.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was.