KC33/26-0039
Ongegrond
Gegrond
KC - Wortel
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - WANDELING
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 5 mei 2026 een tuchtsanctie van 15 dagen ATV voor het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 2 mei 2026. Ter tuchtzitting erkent klager de feiten maar stelt dat een welbepaalde chef zei dat de gedetineerden buiten zouden moeten blijven staan (als staking). Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd. Klager pleegde één inbreuk van de tweede categorie en kreeg 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op het feit dat klager deze feiten eerder ook al pleegde, redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over een verzuim om hem tijdens de uitvoering van zijn ATV te laten wandelen. De directeur dient er tijdens de afzondering in de toegewezen verblijfsruimte zorg voor te dragen dat de gedetineerde de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven (artikel 140, §2, tweede lid, 1° Basiswet). De directie stelt in haar verweer dat gedetineerden met ATV dagelijks een individueel wandelmoment kunnen aanvragen bij de opening van de sectie. Het is daarbij onduidelijk of en hoe klager van deze mogelijkheid ingelicht werd en of hij door het personeel bij de opening van de cellen actief werd bevraagd naar zijn wens om individueel te wandelen. De klachtencommissie wijst erop dat artikel 140, §2, tweede lid, 1° Basiswet wel degelijk een verplichting oplegt in hoofde van de directie. Het kan volgens de klachtencommissie niet de bedoeling zijn dat de verantwoordelijkheid naar de gedetineerde wordt verschoven. Volgens de klachtencommissie weerlegt de directie hetgeen klager aanvoerde in feite onvoldoende, zodat het aannemelijk lijkt dat jegens hem niet aan deze verplichting werd voldaan. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien hetgeen klager als tegemoetkoming vroeg, niet langer mogelijk is.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 5 mei 2026 een tuchtsanctie van 15 dagen ATV voor het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 2 mei 2026. Ter tuchtzitting erkent klager de feiten maar stelt dat een welbepaalde chef zei dat de gedetineerden buiten zouden moeten blijven staan (als staking). Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat deze kwalificatie correct is en afdoende gemotiveerd werd. Klager pleegde één inbreuk van de tweede categorie en kreeg 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op het feit dat klager deze feiten eerder ook al pleegde, redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over een verzuim om hem tijdens de uitvoering van zijn ATV te laten wandelen. De directeur dient er tijdens de afzondering in de toegewezen verblijfsruimte zorg voor te dragen dat de gedetineerde de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven (artikel 140, §2, tweede lid, 1° Basiswet). De directie stelt in haar verweer dat gedetineerden met ATV dagelijks een individueel wandelmoment kunnen aanvragen bij de opening van de sectie. Het is daarbij onduidelijk of en hoe klager van deze mogelijkheid ingelicht werd en of hij door het personeel bij de opening van de cellen actief werd bevraagd naar zijn wens om individueel te wandelen. De klachtencommissie wijst erop dat artikel 140, §2, tweede lid, 1° Basiswet wel degelijk een verplichting oplegt in hoofde van de directie. Het kan volgens de klachtencommissie niet de bedoeling zijn dat de verantwoordelijkheid naar de gedetineerde wordt verschoven. Volgens de klachtencommissie weerlegt de directie hetgeen klager aanvoerde in feite onvoldoende, zodat het aannemelijk lijkt dat jegens hem niet aan deze verplichting werd voldaan. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien hetgeen klager als tegemoetkoming vroeg, niet langer mogelijk is.