Ga verder naar de inhoud

KC34/22-0025

Ongegrond KC - Hoogstraten Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

Op de tuchthoorzitting erkent klager dat zij de houder voor het scheermes gekregen heeft van een andere gedetineerde. Het argument dat de andere gedetineerde de houder slechts zou getoond hebben, doet geen afbreuk aan het feit dat de houder bij klager lag zoals vastgesteld in het RAD. Dit voorwerp was niet toegestaan volgens het huishoudelijk reglement en was ook niet toegestaan door de directeur. Het rapport aan de directeur is duidelijk en nauwkeurig opgesteld. De tuchtinbreuk is dan ook bewezen.
De directeur zal bij de straftoemeting steeds rekening houden met de individuele elementen die van toepassing zijn ten aanzien van de gedetineerde. De gegeven tuchtsanctie is gelet op de ernst van de gepleegde feiten naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook volledig gerechtvaardigd. De klacht is niet gegrond.