KC34/22-0036
Ongegrond
KC - Hoogstraten
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De klachtencommissie stelt vast dat de procedure voor het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel correct gevolgd is. Eveneens stelt zij vast dat klager tijdens het horen omtrent het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel, erkent dat hij actief het personeel benaderde om een voordeel te verkrijgen in de tuchtprocedure. Door klager uit te sluiten van de beroepsopleiding en gemeenschappelijke wandeling wordt het contact met het personeel en andere gedetineerden beperkt.
De bijzondere veiligheidsmaatregel is gemotiveerd naar noodzaak, evenredigheid en doeltreffendheid. De beslissing tot BVM voldoet aan de vereisten van artikel 110 j° artikel 8 Basiswet. De klacht tegen de oorspronkelijke bijzondere veiligheidsmaatregel is ongegrond.
De klachtencommissie stelt inderdaad vast dat de verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel verkeerdelijk gedateerd werd op 17/08/2022. Echter uit het verslag van het verhoor blijkt dat klager op 19/08/2022 gehoord werd en de beslissing werd ook diezelfde dag ter kennis gebracht. Het betreft dan ook een materiële vergissing. De klachtencommissie benadrukt om opmerkzaam te zijn voor dergelijke vergissingen die bij betrokkenen verwarring kunnen brengen.
Dat het verhoorverslag slechts 10 lijnen bevat maar in werkelijkheid twee uur zou geduurd hebben, zorgt er niet voor dat getwijfeld kan worden aan de beslissing tot verlenging. De Basiswet voorziet niet dat er een letterlijke weergave dient te gebeuren van het horen van klager.
De andere door klager aangehaalde argumenten hebben betrekking tot de oorspronkelijke bijzondere veiligheidsmaatregel. Klager brengt verder geen nieuwe elementen aan die doen twijfelen aan de noodzaak om een verlenging op te leggen.
De bijzondere veiligheidsmaatregel is gemotiveerd naar noodzaak, evenredigheid en doeltreffendheid. De beslissing tot BVM voldoet aan de vereisten van artikel 110 j° artikel 8 Basiswet. De klacht tegen de eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel is ongegrond.
De klachtencommissie stelt vast dat de procedure voor het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel correct gevolgd is. Eveneens stelt zij vast dat klager tijdens het horen omtrent het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel, erkent dat hij actief het personeel benaderde om een voordeel te verkrijgen in de tuchtprocedure. Door klager uit te sluiten van de beroepsopleiding en gemeenschappelijke wandeling wordt het contact met het personeel en andere gedetineerden beperkt.
De bijzondere veiligheidsmaatregel is gemotiveerd naar noodzaak, evenredigheid en doeltreffendheid. De beslissing tot BVM voldoet aan de vereisten van artikel 110 j° artikel 8 Basiswet. De klacht tegen de oorspronkelijke bijzondere veiligheidsmaatregel is ongegrond.
De klachtencommissie stelt inderdaad vast dat de verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel verkeerdelijk gedateerd werd op 17/08/2022. Echter uit het verslag van het verhoor blijkt dat klager op 19/08/2022 gehoord werd en de beslissing werd ook diezelfde dag ter kennis gebracht. Het betreft dan ook een materiële vergissing. De klachtencommissie benadrukt om opmerkzaam te zijn voor dergelijke vergissingen die bij betrokkenen verwarring kunnen brengen.
Dat het verhoorverslag slechts 10 lijnen bevat maar in werkelijkheid twee uur zou geduurd hebben, zorgt er niet voor dat getwijfeld kan worden aan de beslissing tot verlenging. De Basiswet voorziet niet dat er een letterlijke weergave dient te gebeuren van het horen van klager.
De andere door klager aangehaalde argumenten hebben betrekking tot de oorspronkelijke bijzondere veiligheidsmaatregel. Klager brengt verder geen nieuwe elementen aan die doen twijfelen aan de noodzaak om een verlenging op te leggen.
De bijzondere veiligheidsmaatregel is gemotiveerd naar noodzaak, evenredigheid en doeltreffendheid. De beslissing tot BVM voldoet aan de vereisten van artikel 110 j° artikel 8 Basiswet. De klacht tegen de eerste verlenging van de bijzondere veiligheidsmaatregel is ongegrond.