KC34/22-0046
Ongegrond
Gegrond
KC - Hoogstraten
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De voorlopige maatregel werd opgelegd omwille van ‘de ernstige en opzettelijk aantasting van de interne veiligheid’.
De klachtencommissie kan uit deze beperkte motivering niet afleiden waarom de interne veiligheid in gevaar werd gebracht. Men verwijst enkel naar een rapport aan de directeur waarbij de inhoud ook niet vermeld wordt. Aldus beantwoordt de motivering niet aan deze zoals voorzien in de Basiswet.
Daarnaast werd de voorlopige maatregel ook ondertekend door een personeelslid.
De Basiswet voorziet dat enkel de directeur een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel kan nemen.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
Het rapport aan de directeur is helder en nauwkeurig. Klager erkent in zijn klacht dat hij de andere gedetineerde bedreigd heeft. Eveneens erkent klager dat hij met een mes op de beambte afliep. Ook al had klager hier geen slechte bedoelingen bij, dergelijke situatie komt bedreigend over ten aanzien van het personeelslid. De klachtencommissie ziet dan ook geen redenen om te twijfelen aan de tuchtinbreuk en acht deze bewezen.
De gepleegde tuchtinbreuk behoort tot de eerste categorie wat betekent dat klager maximaal 30 dagen ATV kon krijgen. De directeur zal bij de straftoemeting steeds rekening houden met de individuele elementen die van toepassing zijn ten aanzien van de gedetineerde. De gegeven tuchtsanctie van 30 dagen ATV is gelet op de ernst van de gepleegde feiten naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook volledig gerechtvaardigd.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.
De voorlopige maatregel werd opgelegd omwille van ‘de ernstige en opzettelijk aantasting van de interne veiligheid’.
De klachtencommissie kan uit deze beperkte motivering niet afleiden waarom de interne veiligheid in gevaar werd gebracht. Men verwijst enkel naar een rapport aan de directeur waarbij de inhoud ook niet vermeld wordt. Aldus beantwoordt de motivering niet aan deze zoals voorzien in de Basiswet.
Daarnaast werd de voorlopige maatregel ook ondertekend door een personeelslid.
De Basiswet voorziet dat enkel de directeur een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel kan nemen.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond.
Het rapport aan de directeur is helder en nauwkeurig. Klager erkent in zijn klacht dat hij de andere gedetineerde bedreigd heeft. Eveneens erkent klager dat hij met een mes op de beambte afliep. Ook al had klager hier geen slechte bedoelingen bij, dergelijke situatie komt bedreigend over ten aanzien van het personeelslid. De klachtencommissie ziet dan ook geen redenen om te twijfelen aan de tuchtinbreuk en acht deze bewezen.
De gepleegde tuchtinbreuk behoort tot de eerste categorie wat betekent dat klager maximaal 30 dagen ATV kon krijgen. De directeur zal bij de straftoemeting steeds rekening houden met de individuele elementen die van toepassing zijn ten aanzien van de gedetineerde. De gegeven tuchtsanctie van 30 dagen ATV is gelet op de ernst van de gepleegde feiten naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook volledig gerechtvaardigd.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ongegrond.