Ga verder naar de inhoud

KC34/25-0009

Ongegrond Onontvankelijk KC - Hoogstraten Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
(1) TUCHT – CELCONTROLE – VERBODEN SUBSTANTIES (2) TRANSFER

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Klager stelt dat er morgens een kamercontrole heeft plaatsgevonden waarbij de beambten geen opmerkingen hebben gegeven. Terwijl klager sliep, is de politie een uur later binnengevallen. Klager dacht dat het om een algemene drugscontrole ging. Terwijl hij wakker werd, rook hij een sterke cannabisgeur in de hele gang, maar niet in zijn cel. Vervolgens vond een onderzoek op het lichaam plaats bij klager waarbij niets werd gevonden. Hij heeft hier nooit klacht tegen ingediend omdat hij dacht dat er dus niets aan de hand was. Klager zou al 3-4 keer vriendelijk gevraagd hebben voor een transfer, waarop de directie nooit geantwoord zou hebben. Volgens klager bleef ook de mail van zijn advocaat onbeantwoord.

(1) Over de tuchtbeslissing

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Hoewel de naaktfouillering negatief was, blijkt dat de sterke geur van drugs niet alleen werd vastgesteld door verschillende mensen van het gevangenispersoneel waaronder ook de gevangenisdirecteur, maar ook door de politie. Daarnaast gaf de drugshond op het moment van de vaststelling van de drugsgeur en de controle een positief signaal. Bovendien blijkt uit het tuchtrechtelijk verleden van klager dat hij reeds meermaals gesanctioneerd werd voor gelijkaardige inbreuken.

De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

(2) Over de transfer

Klager stelt dat hij reeds 3 à 4 maal gevraagd zou hebben voor een transfer, maar de directie hierop nooit geantwoord zou hebben. De klachtencommissie stelt vast dat klager hierover geen rapportbriefje heeft geschreven naar de directie. De directie stelt dat betrokkene in de voorbije periode verschillende keren werd gezien door de directie, maar tijdens deze gesprekken nooit de vraag gesteld werd naar een transfer. Bijgevolg is er geen sprake van een beslissing van de directeur of een verzuim om een beslissing te nemen.

De klacht is niet ontvankelijk.