Ga verder naar de inhoud

BC/22-0151

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM

Er is geen kennisgeving gebeurd van de schriftelijke beslissing tot fouille aan het lichaam van klager, minstens levert het inrichtingshoofd daarvan geen (begin van) tegenbewijs. Uit het meldingsverslag blijkt bovendien niet dat de reden(en) mondeling aan klager zijn medegedeeld.

Dat het inrichtingshoofd, nadat klager hierover een formele klacht heeft gericht aan de klachtencommissie, alsnog een schriftelijke weerslag opgemaakt heeft en heeft willen betekenen aan klager doet daar geen afbreuk aan. Een overschrijding van de wettelijke termijn (24u) tot kennisgeving van de beslissing tot fouille aan het lichaam kan voor een gedetineerde belangenschade met zich meebrengen wanneer de bestreden beslissing niet op schrift is gesteld en aan de gedetineerde is betekend en hem bovendien de motieven voor de beslissing niet mondeling ter kennis gebracht zijn. Er anders over oordelen zou de rechtsbescherming en de rechtszekerheid die voor de gedetineerde voorzien is in artikel 108 van de Basiswet (maar die tevens toelaat aan het inrichtingshoofd om snel en efficiƫnt te handelen) volledig uithollen.

De belangen van klager zijn geschaad. Om die reden oordeelt de beroepscommissie dat de lichaamsfouille die plaatsgevonden heeft nietig is.

Het beroep is ongegrond.