Ga verder naar de inhoud

BC/22-0155

Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie
VORM - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - GEÏNTERNEERDE

Op grond van artikel 150 §2 van de Basiswet, dat van overeenkomstige toepassing is voor de procedure van de beroepscommissie (artikel 159 §3 Basiswet), dient het beroepschrift “zo nauwkeurig mogelijk” de redenen van het beroep en de beslissing waarover wordt geklaagd vermelden.
De beroepscommissie kan uit het voorliggende beroepschrift hoogstens met zekerheid afleiden dat klager opnieuw het gedrag van de directeur en de inrichtingsarts viseert. De klachtencommissie wees dit aspect van zijn klacht echter terecht af als onontvankelijk, omdat zij dienaangaande geen beslissing van de directeur kon afleiden. De beroepscommissie stelt bovendien vast dat klager zijn standpunt ter zitting van de klachtencommissie beperkte tot de betwiste tuchtbeslissing, zonder verder in te gaan op het gedrag van de directeur en de arts.
Het inrichtingshoofd merkt terecht op dat het beroepschrift voor het overige onduidelijk is geformuleerd. De raadsman van klager, nochtans op de hoogte gebracht van het ingediende beroepschrift, bracht bovendien geen verduidelijking omtrent het exacte voorwerp van het beroep van haar geïnterneerde cliënt.