Ga verder naar de inhoud

BC/23-0113

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TEGEMOETKOMING

Het beroep is enkel gericht tegen het aspect van de tegemoetkoming, namelijk het toekennen van een verhuizing naar een cel met zicht op de buitenkant van de gevangenis. De klachtencommissie kan beslissing om al dan niet een tegemoetkoming toe te kennen. Deze tegemoetkoming mag geen financiële vergoeding zijn. De klachtencommissie moet bij haar beslissing de directie van de penitentiaire inrichting horen om de uitvoerbaarheid van de tegemoetkoming te garanderen. Hoewel de wet de inspraak van de gedetineerde niet expliciet voorschrijft, acht de beroepscommissie het belangrijk om ook de wensen van de gedetineerde mee te nemen in de beslissing. Dit zorgt ervoor dat de tegemoetkoming zowel rechtvaardig als praktisch uitvoerbaar is.

In dit geval blijkt uit de motivering van de beslissing van de klachtencommissie dat de directie over de tegemoetkoming werd gehoord tijdens de zitting. Op dat moment gaf de directie aan niet zeker te weten of de tegemoetkoming uitvoerbaar was, maar er werden geen specifieke bezwaren geuit. Deze bezwaren werden pas tijdens het beroep naar voren gebracht. De beroepscommissie concludeert daarom dat de klachtencommissie binnen de wettelijke kaders heeft gehandeld en de juiste procedure heeft gevolgd bij het toekennen van de tegemoetkoming. De klachtencommissie heeft rekening gehouden met de wensen van de klager en de uitvoerbaarheid van de beslissing, en er zijn geen elementen die de uitvoering van de tegemoetkoming praktisch onmogelijk maken. Dat de klager eerder had geweigerd te verhuizen naar een cel met uitzicht op de buitenkant is volgens de beroepscommissie niet relevant voor de beoordeling van de wettelijkheid en redelijkheid van de tegemoetkoming.

De beroepscommissie besluit dat de door de klachtencommissie toegekende tegemoetkoming voldoet aan de vereisten van artikel 158 §4 en dat de klachtencommissie haar bevoegdheid niet heeft overschreden. Het beroep is ongegrond.