Ga verder naar de inhoud

BC/24-0076

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Ordemaatregel Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - ORDEMAATREGEL - MOTIVERING

In dit dossier verklaart de beroepscommissie het beroep van het inrichtingshoofd ontvankelijk en gegrond. Het beroep richtte zich tegen de beslissing van de klachtencommissie van Beveren (referenties KC04/24-0031 en KC04/24-0032), die de klachten van klager met betrekking tot een naaktfouillering en een verlies van werk als gegrond had beoordeeld.

De beroepscommissie oordeelt dat de naaktfouillering correct en wettig is uitgevoerd, conform de richtlijnen van het geldende fouilleplan. Uit het rapport aan de directeur (RAD) blijkt dat de handelingen van het personeel gericht waren op het voorkomen dat klager een voorwerp in een lichaamsholte verstopte, wat binnen de toegestane procedures valt. De beroepscommissie stelt vast dat de fouillering is uitgevoerd met respect voor de waardigheid van klager en dat er geen aanwijzingen zijn voor onregelmatigheden. De oorspronkelijke klacht van klager over de naaktfouillering wordt ongegrond verklaard.

Met betrekking tot het verlies van werk concludeert de beroepscommissie dat dit geen dubbele bestraffing vormt, maar een logisch gevolg is van de afwezigheid van klager door de opgelegde tuchtsanctie. De directie heeft klager op 30 januari 2024 geïnformeerd dat zijn vervanging noodzakelijk was om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. Deze uitleg wordt door de beroepscommissie als voldoende gemotiveerd beschouwd. Het besluit om klager opnieuw op de wachtlijst voor werk te plaatsen is in lijn met de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van de DG EPI en wordt als rechtmatig en proportioneel beoordeeld. De oorspronkelijke klacht van klager hierover wordt eveneens ongegrond verklaard.

De beroepscommissie vernietigt de beslissing van de klachtencommissie en verklaart de oorspronkelijke klachten van klager ongegrond.