Ga verder naar de inhoud

BC/24-0344

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEINTERNEERDE

De bestreden bijzondere veiligheidsmaatregel werd in het bijzonder opgelegd om in het licht van de veiligheid de interacties van klager met anderen op de wandeling in een gecontroleerde omgeving te laten plaatsvinden, zodat escalatie van fixaties en agressieve acting out, ‘eigen aan de problematiek van betrokkene’ voorkomen worden.

Net zoals de klachtencommissie is de beroepscommissie van oordeel dat de directie binnen de grenzen van de redelijkheid kon besluiten tot het bestaan van ‘ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid’, op basis van de elementen zoals hernomen in de motivering van de BVM.

Klager zet thans evenmin uiteen waarom de feiten naar aanleiding waarvan de BVM werd opgelegd “niet zouden kloppen”.

De klachtencommissie oordeelde voorts terecht dat de motivering ervan toelaat vast te stellen dat de concreet opgelegde maatregel van uitsluiting van deelname aan de gemeenschappelijke wandeling, evenredig is aan de bedreiging en van die aard zijn dat hij ze verhelpt.

Beroepsindiener kan, naast de individuele wandelmomenten, immers ook nog deelnemen aan de ‘tuinmomenten’ in aanwezigheid van begeleiding.