KC21/24-0124
Ongegrond
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING
Klager beklaagt zich over een BVM. De directie motiveert omstandig waarom er volgens haar sprake is van ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de veiligheid, verwijzend naar de prikkelgevoeligheid van klager, de wijze waarop interacties met anderen regelmatig leiden tot denkfouten en fixaties in zijn hoofde en het onaangepast fysiek gedrag dat hij hierbij soms stelt. De directie meent dan ook dat het zowel voor het waarborgen van klager zijn eigen veiligheid als die van anderen noodzakelijk is dat interacties in een meer gecontroleerde omgeving plaatsvinden. De klachtencommissie acht de inschatting dat het gedrag van klager een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid uitmaakt terecht.
Klager wordt uitgesloten van de gewone gemeenschappelijke wandeling en kan enkel deelnemen aan ‘tuinmomenten’ (in aanwezigheid van begeleiding) en individuele wandelmomenten. De klachtencommissie stelt vast dat deze maatregel, die gelet op de vastgestelde aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid, als noodzakelijk wordt beschouwd, verhindert dat de bedreiging zich realiseert. De motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klachtencommissie acht de bijzondere veiligheidsmaatregel wettelijk en redelijk.
De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over een BVM. De directie motiveert omstandig waarom er volgens haar sprake is van ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de veiligheid, verwijzend naar de prikkelgevoeligheid van klager, de wijze waarop interacties met anderen regelmatig leiden tot denkfouten en fixaties in zijn hoofde en het onaangepast fysiek gedrag dat hij hierbij soms stelt. De directie meent dan ook dat het zowel voor het waarborgen van klager zijn eigen veiligheid als die van anderen noodzakelijk is dat interacties in een meer gecontroleerde omgeving plaatsvinden. De klachtencommissie acht de inschatting dat het gedrag van klager een ernstige aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid uitmaakt terecht.
Klager wordt uitgesloten van de gewone gemeenschappelijke wandeling en kan enkel deelnemen aan ‘tuinmomenten’ (in aanwezigheid van begeleiding) en individuele wandelmomenten. De klachtencommissie stelt vast dat deze maatregel, die gelet op de vastgestelde aanwijzing van een gevaar voor de veiligheid, als noodzakelijk wordt beschouwd, verhindert dat de bedreiging zich realiseert. De motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel voldoet aan de vereisten van artikel 8 j° artikel 110 Basiswet. De klachtencommissie acht de bijzondere veiligheidsmaatregel wettelijk en redelijk.
De klacht is ongegrond.