Ga verder naar de inhoud

BC/26-0052

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht over een tuchtbeslissing ontvankelijk, maar ongegrond werd verklaard. Klager heeft in zijn beroepschrift vijf middelen vermeld, die echter beperkt zijn tot het aanvoeren waarom de beslissing van de klachtencommissie volgens hem met onregelmatigheden zijn behept. Klager lijkt hierbij de taken en verplichtingen van een gevangenisdirecteur in diens hoedanigheid als tuchtoverheid te verwarren met de wettelijke taken van de klachtencommissie als administratief rechtscollege, die nagaat of de bestreden beslissing al dan niet in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag en of deze beslissing, bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht. Klager voert geen enkel argument aan waarom de initiële beslissing van de directie waartegen hij een klacht indiende (de tuchtbeslissing van 27 september 2025) onwettig, onredelijk of onbillijk was. De beroepscommissie kan zich in ieder geval ook aansluiten bij de inhoudelijke beoordeling van de klachtencommissie, die op basis van de beschikbare informatie tot een correct oordeel is gekomen in dit dossier. De RAD’s waren voldoende duidelijk, de directie heeft de zorgvuldigheidsplicht niet miskend door zich te baseren op deze RAD’s en de camerabeelden niet te bekijken en klager heeft geen enkele tegenindicatie aangevoerd die kon doen twijfelen aan de juistheid van de RAD’s. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.