Ga verder naar de inhoud

KC06/25-0274

Ongegrond Gegrond KC - Dendermonde Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT - CAMERABEELDEN

Klager dient klacht in omdat hij van oordeel is dat zowel de voorlopige maatregel als de tuchtbeslissing onwettig zijn.

Over de voorlopige maatregel: De maatregel werd gemotiveerd door te verwijzen naar een verhitte discussie tussen klager en een medegedetineerde op de afdeling beperkte detentie, waarna beiden voor de rest van de avond op cel werden geplaatst en na overleg met de directeur van dienst een voorlopige maatregel werd opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat deze motivering, in samenhang met de feitelijke omstandigheden, onvoldoende aantoont dat er sprake was van een actueel gevaar, nu het incident plaatsvond de dag vóór het opleggen van de maatregel en de beslissing pas op 24 september 2025 om 14.30 uur werd genomen. Bovendien werd de maatregel gehandhaafd nadat klager op 25 september 2025 het voorwerp werd van een onmiddellijke aanhouding en niet langer op de betrokken afdeling verbleef, terwijl de maatregel specifiek was opgelegd om de veiligheid op die afdeling te waarborgen. Eens klager daar niet langer verbleef, was het oorspronkelijke gevaar in wezen geweken. Aangezien een voorlopige maatregel slechts kan worden gehandhaafd, zolang het concrete gevaar daadwerkelijk voortduurt, en dit hier niet het geval was, besluit de klachtencommissie dat de klacht met betrekking tot de voorlopige maatregel manifest gegrond is.

Over de tuchtbeslissing: De klachtencommissie stelt vast dat uit de inhoud en bewoordingen van de klacht duidelijk blijkt dat klager de tuchtbeslissing zelf viseert, zodat de klacht ontvankelijk is. Dat hij daarbij uitvoerig verwijst naar de rapporten die aan de directeur werden overgemaakt, doet daaraan geen afbreuk. De rapporten aan de directeur (RAD’s) vormen de bewijsrechtelijke grondslag van de beslissing.

De klachtencommissie oordeelt dat op de directie geen algemene verplichting rust om camerabeelden te bekijken wanneer de gedetineerde hierom verzoekt, tenzij er tegenindicaties bestaan, die gerede twijfel doen rijzen over de juistheid van de feiten, zoals beschreven in de RAD’s. In dit dossier werden de handelingen van klager voldoende gedetailleerd omschreven in de RAD’s en riep klager geen elementen op, die dergelijke twijfel konden rechtvaardigen. De directie kon zich bijgevolg, zonder het bekijken van camerabeelden, op deze rapporten baseren om tot een schuldigverklaring te komen. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond is.