KC12/24-0043
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Ieper
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - EXTERNE RECHTSPOSITIE - TRANSFER - BEZOEK - OVERBEVOLKING
De eerste klacht gaat over het niet aanvragen van strafuitvoeringsmodaliteiten voor klager door de griffie van de gevangenis van Ieper.
De tweede klacht gaat over het niet aanvragen van een bezoektransfer voor klager naar de gevangenis van Gent.
Over de eerste klacht (het niet aanvragen van strafuitvoeringsmodaliteiten):
De eerste klacht van klager gaat over het feit dat de griffie van de gevangenis niet tijdig bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten zou aangevraagd hebben voor klager. Er zouden zaken opzij gelegd zijn en niet tijdig doorgestuurd zijn. De klachtencommissie wijst erop dat de procedure voor het aanvragen van de diverse strafuitvoeringsmodaliteiten geregeld wordt in de Wet Externe Rechtspositie. De eerste klacht van klager gaat uitsluitend over zijn externe rechtspositie. De klachtencommissie is niet bevoegd voor dergelijke klachten.
De eerste klacht is niet ontvankelijk.
Over de tweede klacht (het niet aanvragen van een bezoektransfer):
De tweede klacht van klager gaat in essentie over het feit dat hij geen bezoektransfer naar Gent krijgt, terwijl hij daar naar eigen zeggen recht op heeft. De directie stelt in haar verweer dat bezoektransfers naar Gent sowieso niet mogelijk zijn, door de zeer hoge bevolking in die gevangenis. De directie stelt in het algemeen nog dat klager overvloedig door alle diensten werd ingelicht over zijn wettelijke situatie. De klachtencommissie is op basis van de beschikbare informatie van oordeel dat de directie – of minstens de griffie namens de directie – bewust geen aanvraag voor een bezoektransfer richt aan de bevoegde diensten. Dit betreft volgens de klachtencommissie, bij gebreke aan andersluidende wettelijke bepalingen, de ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen. De beslissing om de aanvraag van klager niet over te maken, betreft naar het oordeel van de klachtencommissie beklagwaardige beslissing.
De klacht werd daarnaast tijdig ingediend, op de vereiste wijze en werd voldoende gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.
De directeur heeft in zijn verweer aangevoerd dat bezoektransfers naar de gevangenis van Gent in ieder geval niet mogelijk zijn, gelet op de hoge overbevolking in die gevangenis. Klager blijkt hiervan ingelicht te zijn. Dat de aanvraag van klager voor een bezoektransfer zodoende niet wordt
overgemaakt, is volgens de klachtencommissie in het licht van deze informatie niet onwettig, onredelijk of onbillijk.
De klacht is niet gegrond.
De eerste klacht gaat over het niet aanvragen van strafuitvoeringsmodaliteiten voor klager door de griffie van de gevangenis van Ieper.
De tweede klacht gaat over het niet aanvragen van een bezoektransfer voor klager naar de gevangenis van Gent.
Over de eerste klacht (het niet aanvragen van strafuitvoeringsmodaliteiten):
De eerste klacht van klager gaat over het feit dat de griffie van de gevangenis niet tijdig bepaalde strafuitvoeringsmodaliteiten zou aangevraagd hebben voor klager. Er zouden zaken opzij gelegd zijn en niet tijdig doorgestuurd zijn. De klachtencommissie wijst erop dat de procedure voor het aanvragen van de diverse strafuitvoeringsmodaliteiten geregeld wordt in de Wet Externe Rechtspositie. De eerste klacht van klager gaat uitsluitend over zijn externe rechtspositie. De klachtencommissie is niet bevoegd voor dergelijke klachten.
De eerste klacht is niet ontvankelijk.
Over de tweede klacht (het niet aanvragen van een bezoektransfer):
De tweede klacht van klager gaat in essentie over het feit dat hij geen bezoektransfer naar Gent krijgt, terwijl hij daar naar eigen zeggen recht op heeft. De directie stelt in haar verweer dat bezoektransfers naar Gent sowieso niet mogelijk zijn, door de zeer hoge bevolking in die gevangenis. De directie stelt in het algemeen nog dat klager overvloedig door alle diensten werd ingelicht over zijn wettelijke situatie. De klachtencommissie is op basis van de beschikbare informatie van oordeel dat de directie – of minstens de griffie namens de directie – bewust geen aanvraag voor een bezoektransfer richt aan de bevoegde diensten. Dit betreft volgens de klachtencommissie, bij gebreke aan andersluidende wettelijke bepalingen, de ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen. De beslissing om de aanvraag van klager niet over te maken, betreft naar het oordeel van de klachtencommissie beklagwaardige beslissing.
De klacht werd daarnaast tijdig ingediend, op de vereiste wijze en werd voldoende gemotiveerd. De klacht is ontvankelijk.
De directeur heeft in zijn verweer aangevoerd dat bezoektransfers naar de gevangenis van Gent in ieder geval niet mogelijk zijn, gelet op de hoge overbevolking in die gevangenis. Klager blijkt hiervan ingelicht te zijn. Dat de aanvraag van klager voor een bezoektransfer zodoende niet wordt
overgemaakt, is volgens de klachtencommissie in het licht van deze informatie niet onwettig, onredelijk of onbillijk.
De klacht is niet gegrond.