KC21/22-0063
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLEDIJ - BIJSTAND ADVOCAAT - MOTIVERING - VRIJE TIJD - REKENINGEN
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem niet binnen de 7 dagen een antwoord verstrekt op zijn brief. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in principe niet betrokken is bij de procedure van het inwisselen van kledij, die beschreven wordt in de DN 04.2021 Burgerkledij – Burgerkledij die door klager zelf aangehaald wordt en die volgens een bepaald stramien verloopt. Een directiebeslissing inzake voorwerpen is enkel voorzien indien klager een grote hoeveelheid voorwerpen dan toegestaan in zijn bezit wil hebben (huishoudelijk reglement pagina 9). Dit is echter niet hetgeen klager hier vraagt. Volgens de klachtencommissie is er in voorliggend dossier dan ook enkel sprake van een vraag tot reactie van de directie, doch is er geen sprake van een beslissing die door de directie zou genomen moeten worden, zodat er ook geen sprake is van een verzuim in die zin. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem niet binnen de 7 dagen een antwoord verstrekt op zijn brief. De klachtencommissie stelt vast dat in de kwestie van het laten aanstellen van een nieuwe advocaat geen beslissing van de directie dient tussen te komen, zodat er geen sprake kan zijn van een beslissing of een verzuim om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie wijst er nogmaals (cfr. beslissing KC21/22-0062) op dat artikel 55 §2 Basiswet de enige grondslag is op basis waarvan de directeur kan beslissen om bijgesloten voorwerpen niet aan de gedetineerde te bezorgen. De directeur die beslist om bijgesloten voorwerpen niet te bezorgen, dient de gedetineerde schriftelijk in kennis te stellen van de motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen (artikel 55 §3 Basiswet). Dit impliceert dat de motivering van een deponeringsbeslissing melding moet maken van de redenen van volstrekte noodzakelijk voor de handhaving van de orde of de veiligheid. De motivering die gegeven werd in voorliggend dossier is niet conform artikel 55 §2 j° §3 Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem niet binnen de 7 dagen een antwoord verstrekt op zijn brief. Volgens de klachtencommissie is er in voorliggend dossier enkel sprake van een vraag tot reactie van de directie, doch is er geen sprake van een beslissing die door de directie zou genomen moeten worden, zodat er ook geen sprake is van een verzuim in die zin. Hetgeen waar klager zich ten aanzien van de directie over beklaagt, namelijk de beperkingen inzake de activiteiten, betreft geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van hem. De beperking geldt voor alle gedetineerden. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem nog geen antwoord verstrekt heeft op zijn brief van 25 juli 2022. Volgens de klachtencommissie is er in voorliggend dossier enkel sprake van een vraag tot reactie van de directie, doch is er geen sprake van een beslissing die door de directie zou genomen moeten worden, zodat er ook geen sprake is van een verzuim in die zin. Klager beklaagt zich ten aanzien van de directie over het niet-respecteren van de discretieplicht door het personeel (open neerleggen van een rekeninguittreksel) enerzijds en het feit dat er twee verschillende rekeninguittreksels werden verstrekt van eenzelfde maand anderzijds. In beide handelingen is de directie niet tussengekomen, zodat er ook in hetgeen waarover hij tegen de directie klaagt geen geïndividualiseerde beslissing van de directie ten aanzien van hem verscholen zit. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem niet binnen de 7 dagen een antwoord verstrekt op zijn brief. De klachtencommissie stelt vast dat de directie in principe niet betrokken is bij de procedure van het inwisselen van kledij, die beschreven wordt in de DN 04.2021 Burgerkledij – Burgerkledij die door klager zelf aangehaald wordt en die volgens een bepaald stramien verloopt. Een directiebeslissing inzake voorwerpen is enkel voorzien indien klager een grote hoeveelheid voorwerpen dan toegestaan in zijn bezit wil hebben (huishoudelijk reglement pagina 9). Dit is echter niet hetgeen klager hier vraagt. Volgens de klachtencommissie is er in voorliggend dossier dan ook enkel sprake van een vraag tot reactie van de directie, doch is er geen sprake van een beslissing die door de directie zou genomen moeten worden, zodat er ook geen sprake is van een verzuim in die zin. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem niet binnen de 7 dagen een antwoord verstrekt op zijn brief. De klachtencommissie stelt vast dat in de kwestie van het laten aanstellen van een nieuwe advocaat geen beslissing van de directie dient tussen te komen, zodat er geen sprake kan zijn van een beslissing of een verzuim om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klachtencommissie wijst er nogmaals (cfr. beslissing KC21/22-0062) op dat artikel 55 §2 Basiswet de enige grondslag is op basis waarvan de directeur kan beslissen om bijgesloten voorwerpen niet aan de gedetineerde te bezorgen. De directeur die beslist om bijgesloten voorwerpen niet te bezorgen, dient de gedetineerde schriftelijk in kennis te stellen van de motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen (artikel 55 §3 Basiswet). Dit impliceert dat de motivering van een deponeringsbeslissing melding moet maken van de redenen van volstrekte noodzakelijk voor de handhaving van de orde of de veiligheid. De motivering die gegeven werd in voorliggend dossier is niet conform artikel 55 §2 j° §3 Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem niet binnen de 7 dagen een antwoord verstrekt op zijn brief. Volgens de klachtencommissie is er in voorliggend dossier enkel sprake van een vraag tot reactie van de directie, doch is er geen sprake van een beslissing die door de directie zou genomen moeten worden, zodat er ook geen sprake is van een verzuim in die zin. Hetgeen waar klager zich ten aanzien van de directie over beklaagt, namelijk de beperkingen inzake de activiteiten, betreft geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van hem. De beperking geldt voor alle gedetineerden. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager is van mening dat er sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen omdat de directie hem nog geen antwoord verstrekt heeft op zijn brief van 25 juli 2022. Volgens de klachtencommissie is er in voorliggend dossier enkel sprake van een vraag tot reactie van de directie, doch is er geen sprake van een beslissing die door de directie zou genomen moeten worden, zodat er ook geen sprake is van een verzuim in die zin. Klager beklaagt zich ten aanzien van de directie over het niet-respecteren van de discretieplicht door het personeel (open neerleggen van een rekeninguittreksel) enerzijds en het feit dat er twee verschillende rekeninguittreksels werden verstrekt van eenzelfde maand anderzijds. In beide handelingen is de directie niet tussengekomen, zodat er ook in hetgeen waarover hij tegen de directie klaagt geen geïndividualiseerde beslissing van de directie ten aanzien van hem verscholen zit. De klacht is niet-ontvankelijk.