Ga verder naar de inhoud

KC33/24-0109

Gegrond KC - Wortel Klachtencommissie Tucht
TUCHT - RECHT VAN VERDEDIGING

De klacht betreft een tuchtbeslissing van 03/09/2024 van de directie van de gevangenis.

De tuchtprocedure werd gestart naar aanleiding van de feiten die beschreven worden in het RAD van 01/09/2024 (feiten om 19.10 uur). De directie nam op 02/09/2024 kennis van het rapport en besliste om een tuchtprocedure op te starten. Klager werd op 03/09/2024 tuchtrechtelijk gesanctioneerd met 14 dagen ATV wegens “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”.

De Basiswet bepaalt dat de directeur de gedetineerde hoort in zijn middelen van verdediging binnen de zeven dagen na de overhandiging van het formulier inzake de mededeling van de opstart van een tuchtprocedure en de uitnodiging van de hoorzitting. Uit de motivering van de tuchtbeslissing alsook het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, blijkt dat klager niet werd gehoord omdat hij niet aanwezig was tijdens de hoorzitting. Omwille van deze tuchtbeslissing bij verstek, heeft klager een klacht ingediend. De klachtencommissie stelt vast dat het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, en dit in strijd met de Collectieve Brief nr. 124, geen reden bevat waarom klager niet was verschenen op
de zitting.

Vervolgens heeft klager aangeduid in het document “de mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure” dat hij wenst beroep te doen op een pro deo advocaat. De klachtencommissie vindt echter geen enkel stuk in het tuchtdossier terug waaruit blijkt dat het nodige werd gedaan teneinde een pro deo advocaat aan te stellen. Uit geen enkel stuk blijkt dat een pro deo advocaat opgeroepen werd om klager bij te staan of te vertegenwoordigen op de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie is van oordeel dat het recht van verdediging van klager in casu werd geschonden. Uit het tuchtdossier blijkt niet dat aan klager werd gevraagd of hij akkoord kon gaan met de behandeling van zijn zaak op de tuchtrechtelijke hoorzitting zonder advocaat, noch dat een advocaat van de tuchtpermanentie werd voorgesteld aan klager.
De klacht is bijgevolg kennelijk gegrond.